Nederlands Fotomuseum

Advies

Geadviseerd subsidiebedrag
€ 813.000
Gevraagd subsidiebedrag
€ 1.800.000
Subsidie in Cultuurplan 2017-2020
€ 813.000
Prijspeil 2020. Bron: Gemeente Rotterdam

Samenvatting van het advies

Beoordeling van de aanvraag

De Raad adviseert positief over de aanvraag van het Nederlands Fotomuseum, dat een inhoudelijk goed uitgewerkt beleidsplan presenteert. Daarin worden veel verschillende richtingen aangegeven, wat de vraag oproept of het museum wel alles tegelijk moet willen. De Raad vindt dat het museum prioriteit moet geven aan het op orde krijgen van de basisfuncties.

Geadviseerd subsidiebedrag

De Raad adviseert het huidige subsidiebedrag van € 813.000 te continueren.

Het Nederlands Fotomuseum is een BIS-instelling. Het krijgt van het Ministerie van OCW een structurele subsidie van € 1.289.000 en vanaf 2021 een extra structurele bijdrage van € 1,5 miljoen, bestemd voor de registratie en digitalisering van de collectie.

Bij de gemeente vraagt het Fotomuseum een bedrag aan van € 1.800.000, wat neerkomt op een verhoging van 1 miljoen euro. De Raad adviseert die extra gevraagde subsidie niet te honoreren om de volgende redenen:

  • De gemeente heeft met de culturele instellingen afgesproken dat verzoeken om fair pay te compenseren nu niet worden gehonoreerd.
  • De Raad ziet geen dekking voor de extra huurlasten van Las Palmas-Oost.
  • De Raad adviseert de beheerkosten van de Wereldcollectie niet te dekken met middelen van het cultuurplanbudget, mede omdat die achterliggende jaren betreffen.
  • Het verzoek de subsidie meer dan te verdubbelen is niet reëel, aangezien het beschikbare cultuurplanbudget (na aftrek van het subsidievolume voor de RCB) dat niet toelaat.

Samenvatting van de aanvraag geschreven door de instelling

Wij waken over het Nederlands fotografisch erfgoed van nu en van de toekomst en maken dit toegankelijk voor het publiek. Daarbij plaatsen we fotografie in een actuele context. Wij verzamelen en tonen fotografie die reflecteert op de wereld. Zo verrijken wij het leven van mensen met visuele verhalen die ertoe doen.

Het is ons doel uit te groeien tot hét internationale platform voor fotografie uit Nederland: hier wordt het debat gevoerd over fotografie en al die onderwerpen die fotografen ter discussie stellen. Aan de basis ligt onze rijke collectie. Deze ontwikkelt zich als een afspiegeling van de Nederlandse fotografie in al zijn meerstemmigheid. We zijn er voor iedereen, ook voor degenen voor wie een museumbezoek niet vanzelfsprekend is.

Het Nederlands Fotomuseum gaat verbinding met de (Rotterdamse) samenleving versterken en zich ontwikkelen van traditioneel museaal tot geëngageerd multimediaal platform voor kennis, debat en educatie over fotografie. Daarbij staan fotografie uit Nederland en de Collectie centraal.

De Collectie van het Nederlands Fotomuseum is een schat, die wij verzorgen en aanvullen met nieuwe verhalen. Deze schat delen wij met de samenleving via onze museumzalen, waar vanaf 2020 naast wisselende tentoonstellingen een permanente Eregalerij te zien is met topstukken uit de Nederlandse fotografie: honderd iconische beelden, nieuwe ‘Nachtwachten’. We ontsluiten de Collectie ook via publicaties en steeds meer digitale kanalen.

Bovendien delen we fotografie via educatie. We ontwikkelen programma’s die het kijken centraal stellen. Samen met scholen in Rotterdam-Zuid en -Noord ontwikkelen we programma’s rond visuele geletterdheid (‘begrijpend kijken’). Én we trekken op met scholen voor speciaal onderwijs, zodat we jongeren samenbrengen die anders niet met elkaar in contact komen.

Inclusiviteit betekent dat wij er zijn voor iedereen tussen vier en 104 jaar. De wijze waarop we de Collectie presenteren is inspirerend en toegankelijk – ook voor minder geoefende kijkers. We bevragen de Collectie op meerstemmigheid; met de in 2020 aangestelde curator gespecialiseerd in ‘meerstemmigheid’ gaan we dit thema verder vormgeven. De commissie die adviseert over aanwinsten van archieven wordt uitgebreid, zodat ook hier diverse perspectieven vertegenwoordigd zijn. In het personeelsbestand streven we naar een afspiegeling van de samenleving.

De innovatieve methodes die het Nederlands Fotomuseum ontwikkelt op gebied van restauratie en collectiebeheer zorgen voor internationale erkenning. Deze positie willen we verstevigen. Dat geldt ook het tonen van fotografie uit Nederland; door meer tijd vrij te maken voor onderzoek en door anderen uit te nodigen (kunstenaars, wetenschappers) de Collectie te bevragen.

Interconnectiviteit betekent samenwerking met velen, zoals de Fotovakschool waarmee we een succesvolle summerschool ontwikkelen. Het museum is lid van de Erfgoedcoalitie. Samenwerking met Verhalenhuis Belvédère en Wereldmuseum in het programma Tijdmachine 010 zetten we voort.

Het museum wil de banden aanhalen met fotografen uit Rotterdam, als plaats voor debat en reflectie; voor hen moet het museum een tweede huiskamer worden. In de projectzaal komen tentoonstellingen waarbij fotografie uit Rotterdam een rol speelt. Ook zo vergroot het museum zijn verankering in de stad. Extra investeringen, ook van de gemeente, zijn nodig voor erfgoedbeheer, kennis, debat en educatie over fotografie in al haar meerstemmigheid.

Beoordeling van de aanvraag

Het Nederlands Fotomuseum heeft een goed doordacht beleidsplan geformuleerd. In een vlucht vooruit initieert het museum veel nieuwe activiteiten. Het doel uit te groeien tot hét platform voor fotografie waar het debat over fotografie en aanverwante onderwerpen plaatsvindt getuigt van grote ambities. Vergeleken met de vorige Cultuurplanperiode heeft de aanvrager de visie en het profiel aangescherpt. Wel vraagt de Raad zich af of het museum wel zo veel richtingen tegelijk op moet willen. Het beleidsplan is op dit punt niet echt coherent.

Het museum wil zijn positie aanmerkelijk versterken, in Rotterdam en landelijk. Een van de twee ingrepen waartoe al is besloten is het initiatief van een Eregalerij in Las Palmas-Oost. Het museum krijgt deze ruimte erbij dit jaar. De Raad vindt dit een goede keuze, omdat daarmee meer expositieruimte beschikbaar komt én het museum in de stad en landelijk meer statuur verwerft. De Raad apprecieert de ambitie van het Nederlands Fotomuseum om een iconische presentatie te maken voor een brede doelgroep, waaronder toeristen. Desalniettemin roept de term ‘Eregalerij’ vragen op; die is per definitie niet inclusief, aangezien het selecteren van een beperkt aantal topstukkenuitsluiting suggereert. Het museum is wel van plan fotografen uit Suriname en Curaçao erin te betrekken, maar de Raad blijft benieuwd of de tentoonstelling daarmee inclusiviteit zal waarmaken.

De gemeente heeft inmiddels besloten de Eregalerij in het eerste jaar voor de helft te ondersteunen.

Stichting Droom en Daad neemt de andere helft voor haar rekening. Het gaat dus om een permanente tentoonstelling. De Raad vraagt zich af wie de huur- en andere kosten van het dure Las Palmas-Oost na 2020 financiert.

Digitaal
Als tweede grote maatregel gaat Het Nederlands Fotomuseum een veel groter deel van de collectie registreren en digitaliseren. Deze grote inhaalslag is hard nodig om tegemoet te komen aan de eis van de Erfgoedwet dat minimaal 95% van de collectie is gedigitaliseerd, om andere musea bij te benen en om de collectie online toegankelijk te maken. Voor deze operatie ontvangt het museum een aparte jaarlijkse subsidie van OCW, waarmee het deze basistaak goed op orde kan krijgen.
Dat een doordachte inhoudelijke/strategische visie op digitalisering ontbreekt in het beleidsplan, vindt de Raad een cruciaal gemis. Fotografie wordt steeds meer digitaal, dus hier ligt voor het museum een grote opgave. Deze urgentie komt in het beleidsplan te weinig tot uitdrukking. Wel wordt een conservator-digitaal aangesteld, voor wie het plan geen taakbeschrijving geeft.

Het Nederlands Fotomuseum heeft een goed en degelijk collectiebeleidsplan geschreven. De omvangrijke fotocollectie is in 2015 door de minister van OCW aangewezen als van nationaal belang. Inhoudelijk heeft de collectie ook een Rotterdams belang omdat bekende Rotterdamse fotografen er sterk zijn vertegenwoordigd en omdat veel werk in deze stad is gemaakt. Het collectiebeleidsplan besteedt ook specifiek aandacht aan het behoud en beheer van de Wereldcollectie die in 2011 door het Wereldmuseum werd overgedragen aan het Nederlands Fotomuseum. Deze collectie is eigendom van de gemeente Rotterdam.

Cultuureducatie
Een van de kerntaken van het Nederlands Fotomuseum is cultuureducatie, een onlosmakelijk en onvoorwaardelijk onderdeel van deze BIS-instelling; de Raad verwacht dat het museum hier zijn rol op een voorbeeldige manier uitvoert. De inzet is heel ambitieus, maar niet altijd even reëel. De voorstellen voor de bevordering van ‘visuele geletterdheid’ verdienen waardering; de RRKC is benieuwd naar de resultaten hiervan. De keuze om kinderen en jongeren in rondleidingen en met onderwijsprogramma’s te leren kijken volgens de VTS-methode is goed en doordacht, omdat kinderen zo leren begrijpen, kritisch kijken en interpreteren.

De educatieve activiteiten voor in de stad, buiten het museum, ogen sympathiek, maar kosten veel tijd en inspanning, en leveren relatief weinig op. Het Nederlands Fotomuseum gaat gericht een samenwerking aan met twee scholen op de noord- en zuidoever, maar het beleidsplan werkt die nauwelijks concreet uit. De Raad vindt het positief dat het museum ook scholen voor speciaal onderwijs in zijn educatie betrekt, zodat het jongeren samenbrengt die anders niet met elkaar in contact komen.

De Raad vindt het ook positief dat het Nederlands Fotomuseum aandacht schenkt aan de amateur- en vrijetijdsfotografie, waarmee het inspeelt op de belangrijke rol hiervan in een samenleving waarin iedereen fotografeert.

De Raad waardeert eveneens de inzet op talentontwikkeling. Het Nederlands Fotomuseum wil zijn collectie levend houden door te investeren in makers van nu. Het wil hen een podium bieden voor tentoonstellingen en debat. Verder heeft het museum een stipendium voor nieuw talent en een award voor bewezen talent. Hiermee toont het museum ook zijn verbinding met de makers in de stad.

Enerzijds getuigt het meerjarenbeleidsplan van een gezonde ambitie, maar het roept ook de vraag op of het museum zich niet op enkele grotere opgaven moet concentreren, zoals de collectie, de Eregalerij en educatie en niet op vele andere wensen die in het plan staan, zoals de ambitie een kenniscentrum te zijn, de boekwinkel uit te breiden, de bibliotheek de hele week open te stellen et cetera. De Raad adviseert ook dingen te laten om eerst de basis op orde te krijgen.
Het Nederlands Fotomuseum zal als het al zijn ambities wil verwerkelijken zijn verdienvermogen moeten versterken. Met de Eregalerij verwacht het museum veel publiek te trekken en kan het navenant veel extra publieksinkomsten werven. Daarvoor zou het museum een gedifferentieerde prijsstrategie kunnen bepalen met aandacht voor het verschil tussen Rotterdammers en toeristen.

Er moet duidelijkheid komen over de omvang van de beheerlasten van de Wereldcollectie. Voor dit beheer heeft de gemeente vanaf 2011 geen middelen beschikbaar gesteld, volgens de aanvrager. Deze omissie moet naar het oordeel van de Raad worden hersteld, maar niet ten laste komt van het cultuurplanbudget. Het museum moet wel de exacte kosten kunnen aangeven voor het beheer van deze deelcollectie.

De huurkosten van het Nederlands Fotomuseum roepen al jaren vragen op, vooral de hoogte en de verrekenconstructie. Het museum betaalt huur aan de gemeente, de gemeente zet deze door aan de beheerder en die weer aan de (commerciële) eigenaar. Gemeente en beheerder ontvangen hiervoor een beheervergoeding. Deze omslachtige manier brengt ook nog eens extra kosten met zich mee. De aanvrager vindt dat de huurkosten op termijn te hoog worden en wil daarom op zoek naar een andere locatie in de stad. Hoe dit plan zich verhoudt tot investeringen in bijvoorbeeld de Eregalerij blijft onduidelijk.

Fair pay
Wat fair pay betreft, constateert de Raad dat de vaste medewerkers onderbetaald worden. Het Nederlands Fotomuseum wil zijn personeel gaan betalen conform de cao musea. Verder wil het fotografen en andere freelancers naar behoren betalen. Om de achterstand in te lopen vraagt het Nederlands Fotomuseum een bijdrage van € 450.000 per jaar. Deze bijdrage kan nu niet worden gehonoreerd, maar als het museum fair pay de komende vier jaar waarmaakt, waardeert de Raad dit als positief.

Financieringsmix
De financieringsmix beoordeelt de Raad als goed. De eigen inkomsten maken 50% van de baten uit; de verhouding tussen de verschillende inkomstenbronnen is goed. Het is fijn dat het museum wordt ondersteund door vaste sponsors. Met vrienden, ambassadeurs en een Collectors’ Council verhoogt de aanvrager zijn kansen op private inkomsten. Voor de Eregalerij kan het museum entree gaan heffen.

De Raad vindt het aangevraagde subsidiebedrag bij de gemeente niet reëel, omdat het te hoog is in verhouding tot wat andere instellingen aanvragen en omdat het museum niet alle doelen waarvoor het subsidie vraagt hoeft te realiseren.

Het Nederlands Fotomuseum is zich bewust van het belang van diversiteit en inclusie en poogt dit thema integraal aan te pakken. Toch onderneemt het nog niet genoeg concrete actie, en waar dat wel het geval is: niet museumbreed. Zo is het de vraag op welke manier de aankoopadviescommissie diverser moet worden. Op curatorniveau wordt gediversifieerd, maar alleen op juniorniveau. De diversiteit zoals die binnen het programma wordt getoond blijft projectmatig. In het collectiebeleid houdt het museum te weinig rekening met makers met een biculturele achtergrond. Op het gebied van partners geeft het plan weinig informatie over een inclusieve benadering.

Programma
De ambitie om een Eregalerij in te richten staat wellicht op gespannen voet met inclusie. Hoe kun je inclusief zijn als je via een beperkte selectie topstukken ook uitsluit? De Raad heeft geen bezwaar tegen de ontwikkeling van een Eregalerij, maar mist juist hier een intellectuele reflectie op de waarde van dit instrument. Het museum noemt wel enkele fotografen die het hierin wil opnemen en die een bijdrage leveren aan representatie. Bovendien wil het museum de galerij samen met een aantal relevante experts gaan ontwikkelen. Dat stemt hoopvol. Het museum heeft recent een ‘curator meerstemmigheid’ geworven. Het wordt uit het plan niet echt duidelijk wat deze precies gaat doen. Desalniettemin waardeert de Raad deze keuze en hoopt dat deze curator ook op strategisch niveau kan meekijken naar belangrijke ontwikkelingen in het museum, waaronder de Eregalerij.

Publiek
Het Nederlands Fotomuseum trekt volgens het Whize publieksonderzoek veel cultuurzoekers als ‘stadse alleseters’, ‘elitaire cultuurminnaars’ en ‘klassieke kunstliefhebbers’. In mindere mate komt er publiek uit de groepen voor wie cultuur minder vanzelfsprekend is, zoals de ‘digitale kijkers’, ‘stedelijke toekomstbouwers’ en ‘wijkgerichte vrijetijdsgenieters’. Het museum heeft de ambitie deze groepen beter te bedienen via educatie en door online meer aanwezig te zijn. Niet alleen voor educatie liggen er forse ambities, ook de beschreven ontwikkeling van een website naar een online contentplatform is een grote opgave. De Raad snapt waarom het museum die ambitie heeft, maar ziet wel heel veel taken op het bordje van het museum en vraagt zich af hoe het die gaat prioriteren en faseren.

Het is positief dat het museum ook zelf gericht onderzoek gaat doen naar zijn publieksbereik. De Raad vindt de digitale toegankelijkheid een belangrijk punt van aandacht, zowel voor de eigen medewerkers als het publiek. Daarover bevat de aanvraag weinig informatie. Een uitgekiende marketingstrategie om nieuw publiek te trekken ontbreekt.

Het museum werkt er hard aan om zich zelf op allerlei fronten te vernieuwen. De Raad juicht de aandacht voor visuele geletterdheid toe. De meeste (foto)musea pakken dit niet via deze weg op. Ook de aandacht voor de impact van fotografie met smartphones en het verbinden van visuele geletterdheid aan mediawijsheid, een van de 21st century skills voor scholieren, verdient de kwalificatie innovatief. Het gros van het aanbod, dan wel de samenwerkingen zijn niet innovatief te noemen maar dragen wel bij aan de basis van de kerntaken van het museum.

Het Nederlands Fotomuseum wil met steeds meer partijen gaan samenwerken, zowel landelijk als in Rotterdam. Het initiatief om kennis en ervaring van alle Nederlandse foto-instellingen te bundelen is lovenswaardig. Ook de beoogde samenwerking met het IFFR en Digital Playground is interessant.

De samenwerking met de andere partners in de stad krijgt weinig toelichting. Maatschappelijke impact realiseert het museum door met fotografen en scholen samen te werken, al gebeurt dit niet vanuit een doorwrochte visie op interconnectiviteit.

geadviseerd subsidiebedrag

Het Nederlands Fotomuseum vraagt voor de uitvoering van zijn ambities meer subsidie aan. Als BIS-instelling krijgt het vanaf 2021 een extra structurele bijdrage van 1,5 miljoen van het Rijk, bestemd voor de registratie en digitalisering van de collectie. Daarnaast vraagt het van de gemeente een extra subsidie van € 1 miljoen, in totaal € 1.800.000.

De Raad adviseert de extra gevraagde subsidie niet te honoreren om de volgende redenen:

  • De aanvraag beschrijft zo veel ambities en handelingsperspectieven dat de RRKC zich afvraagt of het museum wel alles tegelijk moet willen. Het Nederlands Fotomuseum zou eerst zijn basisfuncties goed op orde moeten krijgen.
  • Met de gemeente is afgesproken dat verzoeken om fair pay te vergoeden nu niet worden gehonoreerd.
  • De Raad ziet geen dekking voor de extra huurlasten van Las Palmas-Oost.
  • Voor het beheer van de Wereldcollectie stelde de gemeente geen middelen beschikbaar in 2011. Hiervoor vraagt het museum met terugwerkende kracht een bijdrage. De Raad adviseert deze beheerkosten niet ten laste van het Cultuurplanbudget te laten komen; deze kosten dateren immers uit het verleden.
  • Het verzoek om meer dan een verdubbeling van de subsidie is niet reëel, aangezien de omvang van het beschikbare Cultuurplanbudget beperkt is na aftrek van het subsidievolume voor de RCB.