Talentontwikkeling

Talentontwikkeling. Positief beoordeelde aanvragen

Talentontwikkeling. Negatief beoordeelde aanvragen

* Prijspeil 2020, Bron: Gemeente Rotterdam

Talentontwikkeling gaat over de in-, door-, en uitstroom van makers in de culturele sector. Deze disciplinebeschouwing gaat over zaaien, ontkiemen en bloeien op twee verschillende niveaus. Ten eerste op het niveau van ontwikkeling van talenten met een beroepsperspectief via formele opleidingswegen of als autodidact; uiteraard gaat het dan ook over buitenlandse talenten die zich in Rotterdam ontwikkelen. Het kan veel verbeeldingskracht vergen om in alle ontwikkelstappen het talent steeds te blijven zien, maar hier bloeit een nieuwe generatie kunstenaars op; hier krijgen toekomstige professionele makers de ruimte om te experimenteren en te vernieuwen. De RRKC heeft de indruk dat talenten vaak een grillig pad volgen. In de verkenning van werk- en presentatieruimte en in het advies Durf te kiezen (2018) schreef de Raad dat het vooral ontbreekt aan mogelijkheden voor talent om door te stromen.
Talentontwikkeling gaat ook over activiteiten in de vrije tijd, voor en door jong en oud, en is niet a priori gericht op een beroepsperspectief. De RRKC is, gelet op de grote diversiteit van activiteiten in Rotterdam, voorstander van een brede definitie, waarbinnen een helder onderscheid gemaakt wordt tussen talenten die zich kunnen en willen ontwikkelen tot professionele makers en talentvolle beoefenaars die willen groeien als amateurkunstenaar. Een vergelijking kan worden gemaakt met sport. Investeren in de breedtesport geldt als belangrijk om de vijver te vergroten waar toptalent uit kan voortkomen, maar vooral ook omdat sport goed is voor mens, samenleving en stad. Zo is het ook met talentontwikkeling in de cultuur.
Er heerst optimisme bij landelijke partijen over talentontwikkeling. Het thema heeft de aandacht van de minister, die bovendien budget uittrekt voor verschillende stimuleringsprogramma’s. De minister van OCW vraagt in haar uitgangspuntenbrief nadrukkelijk aandacht voor het ondersteunen van talentontwikkeling in alle disciplines.

In de Uitgangspuntennota kiest het college voor drie actiepunten gericht op talentontwikkeling:

  1. fysieke ruimte aanpassen en uitbreiden;
  2. regels en subsidiemogelijkheden flexibeler maken;
  3. beoordeling van kwaliteit anders inrichten.

Het college ziet talentontwikkeling als een aspect van innovatie en doet een beroep op bestaande culturele organisaties, in het bijzonder de acht instellingen die de Rotterdamse Culturele Basis vormen, om samen te werken met nieuwe makers en talenten in de stad.
De RRKC wijst er met nadruk op dat talentontwikkeling een sterke inhoudelijke component heeft. De verschillende fasen – kennismaken, ontwikkelen, bekwamen en excelleren – hebben alle vier een belangrijke plek in de begeleiding van talent. Het volstaat niet talent een podium of een presentatieruimte te bieden; hoewel de interactie met de toeschouwers een belangrijk onderdeel uitmaakt van de vorming van talent, is het slechts één van de onderdelen van de noodzakelijke inhoudelijke begeleiding.
Uit het Rotterdamse aanbod blijkt dat culturele instellingen met talentontwikkeling als kerntaak over het algemeen goed hebben nagedacht over wie hun specifieke doelgroep is en waarom. Bij het beoordelen van de aanvragen kon de Raad dan ook steeds een integrale afweging maken over de plek in de keten.

Pluriform
De Raad constateert dat in het veld van buitenschoolse talentontwikkeling veel instellingen actief zijn. Naast de instellingen die in het Cultuurplan zijn opgenomen, of dat wensen, rekenen ook veel kleinere lokale initiatieven talentontwikkeling tot hun kerntaak. Dit zijn over het algemeen initiatieven die een groot draagvlak hebben in de wijk of buurt waar ze zijn ontstaan, bottom-up werken en die door hun omvang en werkwijze flexibel kunnen inspelen op de vraag. De Raad juicht deze pluriformiteit toe, omdat die het mogelijk maakt aan te sluiten bij de behoefte van de doelgroepen die zich kenmerken door een grote diversiteit.
De Raad stelt vast dat onder deze initiatieven de roep om meer continuïteit klinkt. Geconfronteerd met struikelblokken als gebrek aan financiële middelen, beschikbare ruimtes, expertise en een stevig netwerk, zijn deze initiatiefnemers meer bezig praktische problemen op te lossen dan met talentontwikkeling.
De Raad is van mening dat er een uitvoeriger inventarisatie nodig is om de wensen en noden van deze initiatieven in kaart te brengen, zodat een sluitend netwerk van al deze instellingen ontstaat en vastgesteld kan worden welke vorm van ondersteuning die nodig hebben. Het is belangrijk een vorm van ondersteuning te creëren die niet ‘de regie neemt’, maar opereert vanuit volledige dienstbaarheid aan het veld. De Raad vraagt extra aandacht voor de manier waarop de gemeente deze organisaties kan helpen de culturele kwaliteit van hun activiteiten te verbeteren.
Doordat bewijsdrang ontbreekt, ontstaat bij organisaties met weinig slagkracht ruimte voor nieuwe initiatieven die kunnen experimenteren, vernieuwen en groeien. Natuurlijk blijft de vraag relevant wat hun inspanningen aan talentontwikkeling opleveren. Uit de ingediende meerjarenbeleidsplannen kwam dit onvoldoende naar voren.

Culturele betekenis
De culturele betekenis van instellingen wordt afgelezen aan de rol die instellingen in deze keten spelen. Het gaat dan over de fasen:

  • talent signaleren;
  • instroom van talent
  • doorstroom van talent;
  • uitstroom richting collega-instellingen, de vrijetijdssector of het professionele veld.

Over het algemeen kan gesteld worden dat alle aanvragers zich bewust zijn van hun plek binnen de keten en deze ook expliciet benoemen. Zij verhouden zich hiermee tot de eigen sector, maar ook expliciet tot andere domeinen. Omdat de organisaties talent breed opvatten, hebben zij een sterk verbindende rol.

Bedrijfsvoering
Het valt op dat vrijwel alle instellingen die talentontwikkeling tot hun kerntaak rekenen, kampen met een ongezonde bedrijfsvoering. Door hun gedrevenheid en passie om iets voor nieuw talent te betekenen, is in de afgelopen jaren vooral bezuinigd op de organisatie zelf. Zonder uitzondering hebben de aanvragers onder invloed van de (financiële) omstandigheden hun bedrijf lean and mean moeten inrichten. Hierdoor zijn zij wellicht wendbaarder en flexibeler dan de grotere, meer geïnstitutionaliseerde instellingen, maar deze manier van werken vergt het uiterste van hun veerkracht. Dit heeft tot gevolg dat de rek er zo langzamerhand wel uit is. Hoewel ze een relatief laag bedrag aan subsidie vragen, leunt de financieringsmix sterk op subsidies. Wat ook opvalt, is dat deze organisaties terughoudend zijn om de consequenties en risico’s van tegenvallende subsidies te benoemen. De Raad heeft echter de indruk dat als de gemeente een lager dan aangevraagd bedrag toekent, veel aanvragers een aantal activiteiten zal moeten staken. Het kunnen naleven van de Fair Practice Code blijft dan nog buiten beschouwing.

Publiek
In deze tabel zijn de gegevens weergegeven van zes van de twaalf beoordeelde instellingen: Epitome Entertainment, HipHopHuis, Music Matters, Rotterdams Jeugd Symfonie Orkest, Rotterdams Wijktheater, Mama.   

Deze zes instellingen uit de discipline Talentontwikkeling laten een ander beeld zien dan andere disciplines. Opvallend is hun zeer goede bereik onder de publieksgroepen ‘stedelijke toekomstbouwers’ en ‘digitale kijkers’, de ‘light users’ dus. Bij de publieksgroepen ‘stadse alleseters’, ‘elitaire cultuurminnaars’ en ‘actieve families’ is er sprake van een kleine oververtegenwoordiging. De ‘wijkgerichte vrijetijdsgenieters’, maar ook op de groepen ‘klassieke kunstliefhebbers’ en ‘Randstedelijke gemakzoekers’ zijn ondervertegenwoordigd.

De Raad
De Raad heeft bij de beoordeling van de aanvragen binnen de discipline Talentontwikkeling de culturele betekenis van deze sector vooropgesteld door te kijken naar het aanbod, de artistieke kwaliteit en de positie van organisaties in het culturele veld. Het verheugt de Raad te zien dat talentontwikkelingsorganisaties in grote mate bijdragen aan de gemeentelijke beleidsprioriteiten en dat zij zich dynamisch en bevlogen tonen. De Raad wil die dynamiek en bevlogenheid stimuleren door nieuwkomers in dit veld een kans te geven. Tegelijkertijd heeft de Raad rekening gehouden met de kwetsbaarheid van het veld; een grotere impuls is wenselijk om de sector te helpen volwassen te worden. Een investering in talentontwikkeling vraagt kortom om een substantiële verhoging van de subsidies voor talentontwikkelingsorganisaties.