Advies

Herijking van de cultuurplan systematiek, Verschil maken


In 2005 stelt de staatssecretaris van Cultuur in de nota Verschil Maken een herijking van de cultuurplansystematiek voor. De Rotterdamse wethouder van Participatie en Cultuur (huidige wethouder sport en recreatie, kunst en cultuur) vraagt de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur wat deze nota betekent voor het Cultuurplan in Rotterdam.

In 2005 stelt de staatssecretaris van Cultuur in de nota Verschil Maken een herijking van de cultuurplansystematiek voor. De Rotterdamse wethouder van Participatie en Cultuur (huidige wethouder sport en recreatie, kunst en cultuur) vraagt de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur wat deze nota betekent voor het Cultuurplan in Rotterdam.

Analyse
In de nota stelt de staatssecretaris aanvullende beleidsinstrumenten voor kunst en cultuur voor en geeft zij aan dat ze decentralisatie op het gebied van kunst en cultuur niet meer noodzakelijk acht. De Raad geeft haar mening over de voorgestelde wijzigingen en doet de wethouder enkele voorstellen om de Rotterdamse Cultuurplanprocedure eventueel aan te passen. De wethouder deelt het advies met de staatssecretaris en de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap uit de Tweede Kamer.

Advies
De Raad ziet de introductie van nieuwe beleidsinstrumenten in beginsel als een positief signaal. De Rijksoverheid toont daarmee betrokkenheid bij het kunstbeleid. Toch voorziet de Raad vooral grotere coördinatieproblemen en bureaucratie en adviseert de wethouder daarom bezwaar te maken tegen een groter aantal beleidsinstrumenten. In lijn met het subsidiariteitsbeginsel pleit de Raad bovendien juist voor een verdergaande decentralisatie van verantwoordelijkheden op het gebied van kunst en cultuur.

Uitwerking van de nota
De nota Verschil maken heeft uiteindelijk niet tot opvallende wijzigingen in de systematiek voor het Cultuurplan geleid. Wél is sindsdien geleidelijk de omvang van de basisinfrastructuur afgenomen en krijgen de landelijke fondsen meer twee- of vierjarige subsidieregelingen onder hun hoede. Voor de Raad vormt de nota een extra impuls om nieuwe beleidsinstrumenten voor kwaliteitszorg te ontwikkelen. De Raad werkt om die reden de ‘zelfevaluatie’ en ‘visitatie’ uit en voert ze uit bij – en met – enkele grotere culturele instellingen in Rotterdam.

Gevraagd advies; in relatie tot landelijk cultuurbeleid: cultuurplan