Advies

Ruimte voor cultuur in de Rotterdamse stadsontwikkeling


Foto: Eric Fecken

Handreikingen voor een structurele inbedding van kunst en cultuur

Rotterdam is een stad met lef, talent en energie. Een stad die inspireert en aantrekt, niet in de laatste plaats vanwege de kunst en cultuur die in de stad te vinden is. Die is er niet als vanzelf gekomen – dynamiek en kruisbestuiving hebben een gezonde voedingsbodem nodig. Wil een stad dit mogelijk maken, dan moeten bewoners, ook de jongste, hun talenten kunnen ontplooien. Vrij en toegankelijk, nu en in de toekomst. Hierover maken wij ons zorgen.

Te veel creatieve en culturele plekken in Rotterdam dreigen te verdwijnen door verdichting van de stad en stijgende huren. Wat verdwijnt, krijgen we niet meer terug. Wat overblijft, is eentonigheid. Saai, voorspelbaar, onaantrekkelijk. Niet tot vernieuwing of reflectie in staat. Als dit gebeurt, dan verliest Rotterdam haar karakter.

Maar het is nog niet te laat.

Verschillende partijen met een groot hart voor de stad hebben de handen ineengeslagen en komen – bij dezen – met handreikingen waarin alle betrokkenen hun verantwoordelijkheid nemen. Beleidsmakers, uitvoerders, makers, denkers, bewoners. Wij zijn allemaal de kunst en cultuur van Rotterdam. Wij zijn samen de stad.

Kunst en cultuur maken de stad
Kunst en cultuur verheffen de stad. Ze vertellen verhalen, activeren en zetten verandering in gang.

Rotterdam is altijd erg aantrekkelijk geweest voor kunstenaars en andere creatieven door de overvloed aan betaalbare ruimte in onder meer leegstaande gebouwen. Zij speelden dan ook een grote rol in de aantrekkingskracht van verschillende wijken. Kijk naar Katendrecht, de Kop van Zuid, naar het M4H-gebied. Kunstenaars en makers zijn onmisbaar in een stedelijk karakter, en zorgen voor een gezonde stadsontwikkeling.

Zo laat onderzoek door Rebel in opdracht van de Stichting Kunstaccommodatie Rotterdam (SKAR) zien dat iedere euro die SKAR uitgeeft aan ateliergebouwen (aan huur- of eigendomslasten) 24 euro uitlokt, aan waardestijging en aan andere bestedingen. En wetenschappelijk onderzoek laat zien dat cultuur positieve effecten heeft op het vestigingsklimaat en de aantrekkelijkheid van steden. Kunst en cultuur zijn doorslaggevende factoren in de aantrekkingskracht van Rotterdam, in de sterke internationale positie en in het innovatieve karakter van deze stad. Het rijke culturele leven, de vele festivals, aandacht voor architectuur, en de cultuuruitingen van een jonge en diverse bevolking dragen hieraan bij. In combinatie met de goede culturele voorzieningen, onder meer op het vlak van kunstonderwijs, zorgt dit voor een vooruitstrevend kunstklimaat.

Maar kunst en cultuur bieden een stad meer dan een bonus op de aantrekkingsscore. Ze bevragen, en dagen uit. Dit zien we bijvoorbeeld tijdens de Architectuur Biënnale Rotterdam. Kunst en cultuur brengen mogelijkheden met zich mee om stedelijke vraagstukken rond bijvoorbeeld maatschappelijke ongelijkheid, duurzaamheid en burgerparticipatie uit te diepen. Speels, experimenteel, democratisch, gewaagd. Buiten de gebaande wegen.

Hoe mooi is het om steeds weer verrast te kunnen worden in je eigen stad? Daarvoor is een humuslaag nodig van creatieven, makers en kunstenaars. Maar dan moeten er voldoende voorzieningen zijn in de wijken voor een toegankelijk cultureel klimaat.

Onze opgave: Ruimte voor cultuur in een verdichtende stad met stijgende huurprijzen
Om kunst en cultuur te maken heb je ruimte nodig. Om te maken, in oefenruimtes, broedplaatsen en ateliers. Om te programmeren op podia, op straat, op daken en op festivalterreinen. En om te organiseren, in kantoorruimten en verzamelplaatsen. Deze fysieke plekken staan onder druk, en worden steeds minder goed bereikbaar. Vooral voor de creatieve humuslaag van makers en kleinschalige culturele initiatieven is er aanzienlijk minder plek beschikbaar.

Door de stijgende huurprijzen en verdichting verdwijnen de rafelranden van de stad. Ook is er door krimpend aanbod (in bijvoorbeeld antikraak en leegstandbeheer) minder plek. De verwachte vraag voor de komende jaren is volgens Stichting Kunstaccommodatie Rotterdam (SKAR) rond de 75.000 m2 aan netto atelierruimte. De wachtlijsten zijn enorm. Daarbovenop zorgt groei en de verdichting van Rotterdam dat festivals hun plek verliezen nu er op de open plekken huizen worden gebouwd. Hierdoor komt er meer druk op locaties als pleinen en parken, en daarmee groeit het aantal meldingen van overlast.

Pamfletten, stadsmarketing, rondleidingen, presentaties in gebiedsontwikkeling; allen laten vol trots de rauwe plekken van Rotterdam zien, pochen met de veelheid aan cultuur. Maar zodra een gebied succesvol is getransformeerd, worden deze culturele initiatieven nogal eens slachtoffer van hun eigen succes. Zij moeten steeds weer weg als de huren stijgen, of als er woningen bijgebouwd worden voor bewoners die in een nieuwe, hippe, aantrekkelijke, kunstzinnige wijk willen wonen. Cultuur legt het in de realisatiefase van een ontwikkeling af tegen andere functies die meer geld opleveren, zoals wonen of retail. Door culturele functies beter te borgen in zowel het stedelijke ontwikkelingsbeleid als de toekomstvisies op de stad, krijgt het een structurele plek en behoudt het zijn vliegwielfunctie.

10 handreikingen voor een structurele inbedding van kunst en cultuur in de stedelijke ontwikkeling van Rotterdam

1) Een vaste plek aan de ontwikkeltafel
Geef cultuur letterlijk een stem in de gebiedsontwikkeling. Verschillende betrokkenen (overheid, cultuur, markt) moeten standaard bij elkaar aan tafel zitten bij gebiedsontwikkelingen. Dit moet op projectniveau, maar kan ook stadsbreed, als een tafel die zich inzet voor de stad. Regievoering vanuit de gemeente Rotterdam is hierbij essentieel zodat er consistente aandacht is voor cultuur in zowel de planvorming als de realisatiefase. Een vast aanspreekpunt kan ervoor zorgen dat publieke en private partijen die ieder ‘hun eigen taal spreken’ tot elkaar worden gebracht. Het creëren van aantrekkelijke gebieden is immers in het belang van de stad en haar bewoners.

2) Meerwaarde die ook terugstroomt
Laat culturele partijen meeprofiteren van de economische en sociale meerwaarde die zij creëren, bijvoorbeeld in het geval van placemaking. Geef cultuur niet alleen tijdelijk een plek om gebiedsontwikkeling aan te jagen, maar ook de mogelijkheid om structurele ruimte te krijgen.

3) Een gezonde financiële basis
Maak optimaal gebruik van de beschikbare financiële mogelijkheden om culturele plekken te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld met een borgstellingsfonds of een revolverend fonds op basis van de Onroerend Zaakbelasting.

4) Een visie voor de fysieke ruimte
Voer regie op de beschikbare plekken voor culturele initiatieven en festivals. Ontwikkel daarbij een visie op de benodigde keten van ruimte voor kunst en cultuur: Een plek kan verdwijnen, maar houdt de keten dan in stand door er iets voor terug te laten komen. Faciliteer daartoe kennisdeling over vastgoed en betere bemiddeling tussen vragers en aanbieders van ruimte voor kunst en cultuur.

5) De percentageregeling hersteld
Herstel de percentageregeling waarbij 1 procent van de bouwsom van nieuwe overheidsprojecten wordt besteed aan een opdracht voor (beeldende) kunst en culturele programmering. Betrek daarbij een diverse groep aan makers. Deze percentageregeling, die in veel gemeenten wordt toegepast, heeft Rotterdam veel moois gebracht maar werd in 2008 afgeschaft.

6) Een integrale aanpak
Versterk het integrale werken bij de gemeente Rotterdam, zoals dat al gebeurt bij het traject Ontwerpend Ontwikkelen. Het is het belang van de stad dat de afdelingen verantwoordelijk voor onder meer cultuur, vastgoed en stedelijke ontwikkeling samen optrekken om cultuur te laten bijdragen aan een vitale stad.

7) Faciliteer grassroots initiatieven
Ondersteun innovatieve benaderingen van ruimtegebruik en samenwerking door dit te faciliteren en regeldruk weg te nemen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om nieuwe vormen van eigendom zoals coöperaties of multifunctioneel ruimtegebruik.

8) Maatwerk per wijk helpt toegankelijkheid
Versterk het laagdrempelig cultuuraanbod in de wijken omdat dit essentieel is voor sociale cohesie en talentontwikkeling. Tussen de Rotterdamse wijken zijn grote verschillen in de beschikbaarheid van ruimtes voor cultuurparticipatie en de mate waarin bijvoorbeeld Huizen van de Wijk plek bieden aan cultuur. De referentiewaarden van de gemeente (een richtlijn voor de ruimte voor maatschappelijke voorzieningen) worden in veel wijken niet gehaald. Lever daarbij maatwerk per wijk. Speel in op de behoeften die er in ieder gebied leven door meer publieksonderzoek te doen. De referentiewaarden zijn geen doel op zich, maar een middel om tot een sterke culturele infrastructuur te komen.

9) Kruisbestuiving werpt vruchten af
Breng programma’s voor cultuur samen met die voor bewegen en gezondheid, welzijn en educatie. Dat kan ook in een verzamelgebouw met wijkfuncties, zoals Boijmans Hillevliet laat zien. Stel het onderdeel cultuur verplicht bij de aanbesteding van Huizen van de Wijk. Versterk de bestaande ondersteuning van culturele initiatieven in de wijken, zodat ideeën tot wasdom kunnen komen en bijdragen aan leefbaarheid.

10) Iedereen doet mee
Alle partijen moeten zich inzetten voor een intensievere samenwerking tussen cultuursector, beleidsmakers en vastgoedsector. Het beleidsspeerpunt van interconnectiviteit – verbindingen tussen cultuur en andere beleidsdomeinen zoals welzijn, sport en stedelijke ontwikkeling – vraagt om gezamenlijke inzet.

Rotterdam heeft ruimte nodig om een voorbeeldstad te blijven voor experiment en creativiteit! Laagdrempelige ruimte in de wijken, ruimte voor makers en talenten, ruimte om te kunnen presenteren. Ruimte voor de internationale topinstellingen maar ook ruimte voor de initiatieven van grassroots instellingen. Zo kan cultuur blijven bijdragen aan een vitale en aantrekkelijke stad voor iedereen.

Achtergrond
De handreikingen zijn een initiatief van de RRKC en deze betrokken Rotterdammers: Hamit Karakus (voorzitter), Rinske Brand, Bert Determann, Ingrid Huisman, Bernadette Janssen, Jan Oosterman en Marjolein Vlaming. Voor de totstandkoming van deze handreikingen is door het bureau van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur onderzoek gedaan en zijn gesprekken gevoerd met verschillende deskundigen binnen en buiten de stad. Er is een groepssessie geweest met leden van de voormalige gebiedscommissies en vorige wijkraden. En er is een discussiebijeenkomst georganiseerd samen met AIR tijdens de Rotterdam Architectuur Maand. Ten slotte is er een denksessie geweest met experts uit het veld. Meer informatie over dit onderzoek staat in de analyse die hier te downloaden is.

LEES DE ANALYSE

Ondertekenaars
Klik hier voor een overzicht van alle betrokken Rotterdammers die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de tien handreikingen en een overzicht van personen die de handreikingen ondersteunen.

BEKIJK ALLE ONDERTEKENAARS

Advies

Digitale transformatie in de Rotterdamse cultuursector


Digitalisering is in een stroomversnelling geraakt tijdens de coronacrisis. Zo zijn er meer vormen van publieksbeleving, educatieve tools, samenwerkingsverbanden en platforms ontwikkeld, en wordt er veel gebruik gemaakt van sociale media om het publiek te bereiken en om input te vragen. Er wordt ook efficiënter gebruik gemaakt van ruimte en er is meer samenwerking tussen culturele instellingen en tussen makers onderling. Digitale innovatie kan dan ook een positieve invloed hebben op de inclusiviteit en interconnectiviteit van de sector.

LEES HET ADVIES

Momentum vasthouden
Wel zijn er een aantal uitdagingen, zoals gebrek aan middelen, kennis en verdienmodellen, die verdere digitalisering bemoeilijken. Het structureel maken van de digitale innovaties die in het culturele veld gemaakt zijn tijdens de coronacrisis blijkt nog een uitdaging. Het momentum dat er was, dreigt bij sommige instellingen weer te verdwijnen. Drie factoren hebben hier invloed op:
1) of er genoeg personeel, geld en kennis is;
2) of er genoeg digital natives betrokken worden binnen de organisatie;
3) of digitalisering een centrale plek heeft gekregen binnen de organisatie.

Ook geeft het huidige subsidiestelsel instellingen niet voldoende ruimte om te experimenteren.

Inclusiviteit
Op het gebied van inclusiviteit biedt digitalisering de cultuursector vooral kansen voor het publieksbereik. Denk aan het bereiken van nieuwe doelgroepen, zoals jongeren en mensen die anders niet hadden kunnen participeren omdat ze ver weg wonen of niet mobiel zijn. Het bereiken van publiek is echter iets anders dan het betrekken van publiek. Er moet daarom op een andere manier dan voorheen worden nagedacht over het betrekken van het publiek, bijvoorbeeld door middel van online interactie, meer ontsluiting van de maakprocessen en meer coproductie.

Interconnectiviteit
Op het gebied van interconnectiviteit draagt digitalisering vooral bij aan nieuwe samenwerkingsverbanden binnen de cultuursector, maar ook daarbuiten. Samenwerkingen met organisaties en makers buiten Rotterdam ontstaan makkelijker dan voorheen. Voor lokale samenwerking staat de eilandjescultuur van veel Rotterdamse instellingen echter nog in de weg. Veel instellingen zijn bezig met hun eigen digitale transformatie en zien nog maar beperkt de mogelijkheden voor transformatie op bredere schaal. Op makersniveau ontstaan via digitale netwerken wel nieuwe, collectieve vormen van samenwerking. Dit biedt ook mogelijkheden om de solidariteit onder Rotterdamse makers te vergroten.

De gemeente Rotterdam heeft het voornemen om een digitale voorbeeldstad te zijn en presteert in andere sectoren goed op het gebied van digitalisering. Met betrekking tot de digitale transformatie van culturele veld heeft de gemeente nog geen uitgewerkte visie. Met dit advies wil de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur het gesprek over digitalisering in de cultuursector op gang brengen, om zo bij te dragen een integrale visie voor digitalisering voor de cultuursector van Rotterdam.

Welke stappen zijn er te nemen?
De Raad beveelt de culturele instellingen in Rotterdam aan om digital natives meer te betrekken binnen de organisatie, om de (intersectorale) samenwerking met anderen op te zoeken, om fair pay naar het digitale domein te vertalen en om de ethische vraagstukken omtrent privacy en dataverzameling niet uit het oog te verliezen.

De Raad beveelt de gemeente Rotterdam aan om een integrale visie uit te werken voor de digitale transformatie in de stad waar de culturele sector ook een plek in heeft. Ook zou er moeten worden onderzocht of het subsidiestelsel in Rotterdam meer ruimte kan bieden voor instellingen om aan de slag te gaan met digitalisering. De meeste huidige subsidiemogelijkheden bieden onvoldoende ruimte voor instellingen en makers om te experimenteren en investeringen te doen met oog op de lange termijn. Subsidiënten die prestatie-eisen stellen houden bovendien nog onvoldoende rekening met digitale culturele activiteiten en digitale bezoekersaantallen. Digitale culturele activiteiten moeten als volwaardig cultureel aanbod beschouwd worden.

Voor sommige makers en bezoekers is kunst- en cultuur juist een ontsnapping van de digitale wereld. De Raad vindt het van belang dat deze mensen zich ook nog thuis voelen en kunnen herkennen in het culturele veld in Rotterdam. Het is dus vooral zaak om goed na te gaan wat de kansen van digitalisering zijn voor ieders praktijk en niet zomaar mee te gaan met digitaliseringstrends. Hiervoor is het noodzakelijk om het gesprek over digitalisering op breed niveau te voeren en ook ruimte te laten voor kritische geluiden.

LEES HET ADVIES
PDF advies
Relevante links

DEN
Reflectie op het advies

Advies

Adviesagenda 2022-2024


Begin 2022 stelde de RRKC de voorlopige Adviesagenda 2022-2024 en het werkprogramma voor het bureau vast. In december 2021 is Carlos Gonçalves door het college van B&W benoemd als nieuwe voorzitter van de RRKC. Vlak daarvoor zijn twee nieuwe RRKC-leden benoemd: Marjolein Vlaming en Gyzlene Kramer-Zeroual. Voor twee vacatures wordt voor de zomer van 2022 een voordracht gedaan aan het college.
De RRKC heeft in afwachting van de komst van het nieuwe college ruimte gehouden op de adviesagenda voor mogelijk gevraagde adviezen en gaat hier graag over in gesprek. Dit geldt ook voor de adviezen die de RRKC op eigen initiatief op de agenda heeft gezet, zie hierna.

Lopende adviezen en activiteiten RRKC:
1. Adviesbrief Ongehoord geluid, over sociale veiligheid in de Rotterdamse cultuursector
Dit advies over de omgang in de sector met grensoverschrijdend gedrag is besproken met de wethouder op 23 februari 2022 en door hem ‘omarmd’. De wethouder is bereid om het advies uit te dragen en verzocht de RRKC om de situatie rond sociale veiligheid in de Rotterdamse culturele sector nader te onderzoeken. Hij steunt het idee om een werkconferentie te organiseren hierover, waarin hij zelf mogelijk een rol kan vervullen. Deze werkconferentie is voorzien na de zomer van 2022.
De adviesbrief van de RRKC is op 1 maart 2022 verstuurd en gecommuniceerd in de media.

2. Politiek cultuurdebat 22 februari 2022
De RRKC organiseerde het politiek cultuurdebat op 22 februari jl. in en samen met Debatpodium Arminius. Het debat verliep in heel goede sfeer en kon op veel belangstelling rekenen: 200 mensen in de zaal, voor het eerst na corona, 600 volgers van de ‘live streams’ van Open Rotterdam en Arminius.

3. Culturele infrastructuur en stedelijke ontwikkeling
De culturele infrastructuur – de fysieke plekken waar kunst en cultuur wordt beoefend en ervaren – staat onder druk in Rotterdam. Dit komt door de groei van de stad, verdichting en minder leegstaande panden maar ook door de stijging van de huurprijzen en servicekosten. Atelier -en werkruimten zijn beperkt beschikbaar en er is een lange wachtlijst voor dit soort ruimten. Festivals beschikken over minder geschikte (buiten) ruimte.
Er is ook aandacht nodig voor de spreiding van culturele voorzieningen in de stad. Deze spreiding blijft vooralsnog zeer ongelijk, zo constateerde de RRKC ook in het Cultuurplanadvies 2021-2024. Het ontbreekt aan een visie op de culturele infrastructuur en het stedelijk ontwikkelingsbeleid op de langere termijn. De RRKC wil met dit advies bijdragen hieraan en brengt na de zomer van 2022 advies uit. Het advies is in voorbereiding en er is een adviescommissie geformeerd onder voorzitterschap van Hamit Karakus. De RRKC gaat graag over dit onderwerp in gesprek met de nieuwe wethouders Stadsontwikkeling en Cultuur.

4. Digitale strategieën van Rotterdamse culturele organisaties
Onder druk van corona hebben veel culturele instellingen een hybride aanbod ontwikkeld waarin fysiek en digitaal worden gemengd. Dit leidt tot interessante innovaties, zowel in het maken van kunst als in het bereiken van een breder publiek. Ook in de distributie en archivering zien we innovaties.
De RRKC onderzoekt in samenwerking met het landelijk instituut DEN de ontwikkelingen op dit terrein in Rotterdam en plaatst dit in landelijk en internationaal perspectief. Het gaat om een agenderend advies dat inzicht geeft in de digitale innovaties en behoeften in Rotterdam en – indien nodig – mogelijkheden om de innovatieve digitale ontwikkelingen te stimuleren.

5. Externe evaluatie RRKC ‘Uit de groef’
In de Uitvoeringsregeling RRKC (art. 8) is bepaald dat de RRKC elke vier jaar periodiek wordt geëvalueerd. Op 23 februari jl. ontving de RRKC de meest recente evaluatie, uitgevoerd door organisatieadviesbureau Rijnconsult en getiteld ‘Uit de groef’. Centraal in deze evaluatie stond de vraag hoe de RRKC invulling geeft aan zijn doelstellingen, te weten het bijdragen aan de voorbereiding en uitvoering van het kunst- en cultuurbeleid en de versterking van de culturele sector in de gemeente Rotterdam in de periode 2016-2021. Op verzoek van het college heeft de RRKC gereageerd op de evaluatie. De resultaten ervan wil de RRKC graag bespreken met de nieuwe wethouder Cultuur, waaronder scenario’s voor de toekomst. Deze scenario’s bieden naar de mening van de RRKC goede aanknopingspunten om de werkwijze van de RRKC te verbeteren alsmede de samenwerking tussen de RRKC, het college, de sector, gemeenteraad en ambtelijke ondersteuning.

6. Werken aan organisatie RRKC en adviseurspool
In de opmaat naar het Cultuurplan 2025-2028 past de RRKC de eigen organisatie aan, zodanig dat de Raad nog beter zicht kan houden op de actuele ontwikkeling van kunst en cultuur in de stad in brede zin en op het werk van de 92 Cultuurplan-instellingen. Zo wil de RRKC een pool van adviseurs samenstellen die samen met de leden van de RRKC de culturele activiteiten in de stad bezoekt en de ontwikkeling van de Cultuurplan-instellingen volgt. Doel is om de antenne in de stad nog scherper af te stellen in goed contact met de sector.

Nieuwe onderwerpen, te bespreken:
7. Het belang van kunst en cultuur voor de stedelijke identiteit van Rotterdam
In tijden van polarisatie brengt kunst en cultuur mensen bij elkaar. Cultuur als autonome kracht én als middel tot verbinding.

8. De Rotterdamse cultuursector na de coronacrisis: hoe ziet de transitie van de cultuursector er uit na corona?
De cultuursector is in de afgelopen twee jaar ontregeld geweest en goeddeels gesloten. De sector heeft tijd nodig om te herstellen en moet een transitie doormaken. Daarbij gaat het enerzijds over de werkgelegenheid in de sector, in het bijzonder van de zzp’ers en flexwerkers, anderzijds om een zo goed mogelijke heropening van instellingen, waarvan een deel te maken heeft met vraaguitval bij het publiek. De RRKC adviseerde eerder over de gevolgen van corona voor de Rotterdamse cultuursector. Ook in de nieuwe collegeperiode zal er aandacht moeten zijn voor de problematiek van makers en instelling met herstel en transitie na corona. De RRKC bespreekt graag met het nieuwe college wat nodig is om de arbeidsmarkt in de Rotterdamse cultuursector te versterken, in combinatie met fair pay. Nu merkt de Raad dat werken in de kunstsector door opdrachtgevers te vaak niet op waarde wordt geschat.

9. Pamflet Rotterdam: benut de kansen die festivals bieden
Een aantal culturele festivals bracht een pamflet uit waarin zij pleiten voor een duidelijkere positie en profilering van de culturele festivals als onderdeel van de Rotterdamse culturele infrastructuur. In het bijzonder dringen zij aan op meer aandacht voor de internationale positie van en lobby voor de festivals, de veranderende rol en het beter benutten van de festivals om belangrijke stedelijke thema’s te adresseren. Zij zijn hierover in gesprek met Rotterdam Festivals en de gemeente.

De RRKC onderkent het belang van de punten in het manifest en beziet graag in gesprek met de nieuwe wethouder Cultuur of advisering hier gewenst is. Daarbij moet ook de positie van de festivals in het Cultuurplan worden meegenomen.

Advies

Sociale veiligheid


In het advies Ongehoord geluid vraagt de RRKC aandacht van het college en de Rotterdamse cultuursector voor sociale veiligheid in het Rotterdamse culturele veld. Dit zodat symptomen van een onveilige werksituatie, zoals intimidatie, discriminatie of machtsmisbruik, zoveel mogelijk worden voorkomen. Onder sociale veiligheid verstaat de RRKC de mate van afwezigheid van potentiële oorzaken van een onveilige situatie en de mate van aanwezigheid van beschermende maatregelen tegen deze potentiële oorzaken.

LEES HET ADVIES

Veilig en onveilig vs. wettig en onwettig

Met dit advies richt de RRKC zich op subjectieve sociale veiligheid: je veilig voelen – zowel psychisch als fysiek – in het ‘grijze’ gebied: het gebied waar context en persoonlijke grenzen beïnvloeden wat de één wel, en de ander niet als ‘normaal’ beschouwt. Subjectieve sociale veiligheid onderscheidt zich van objectieve veiligheid waarin algemene grenzen in wetten zijn verankerd.

De tijd om te agenderen is nu

Dankzij maatschappelijke druk neemt het aantal gemelde ervaringen van onveiligheid in de cultuursector toe. Tegelijkertijd legt het bloot hoeveel er nog niét wordt gemeld. Bovendien, onveiligheid gedijt in tijden van een crisis zoals we die nu doorleven. De culturele sector is door de effecten van COVID-19 ontwricht en de druk op mensen, die als gevolg van de crisis wordt vergroot, versterkt negatieve gedragspatronen.

Waarom de culturele sector?

Uit onderzoek bleek dat de cultuursector specifieke kenmerken in zich draagt die het gevaar van een onveilige werksituatie vergroten, te weten: het hoge aantal informele contacten, de grote statusverschillen, het gedoogeffect van ‘artisticiteit’, de betrokkenheid van het publiek als derde partij, de competitieve sfeer en de relatief grote baanonzekerheid. Die baanonzekerheid groeit nu de culturele sector door COVID-19 in kansen wordt bekneld, maar het aantal afstuderende cultuurprofessionals gelijk blijft, zelfs wellicht groeit.

Daarnaast ervaren drie groepen vaker dan andere groepen sociale onveiligheid: 1) vrouwen, 2) personen met een artistieke of een artistiek-technische functie, 3) zelfstandigen in een freelance positie en werknemers met een tijdelijk contract: alle drie kenmerkend voor de culturele sector.

Regels… maar niet te veel

Regels en de handhaving daarvan zijn van groot belang als het gaat om het waarborgen van een sociaal veilige werkomgeving. De RRKC pleit er echter voor om het aantal regels te beperken maar wel duidelijk op regels te sturen door het combineren van soft controls en hard controls. In tegenstelling tot hard controls (regels, protocollen, procedures) zijn soft controls alle niet-tastbare factoren die kunnen helpen bij het stimuleren van het gedrag dat wordt verlangd. De RRKC onderschrijft de volgende acht componenten uit het soft control-model van onderzoeker Muel Kaptein:
1) helderheid
2) bespreekbaarheid
3) voorbeeldgedrag
4) betrokkenheid
5) uitvoerbaarheid
6) transparantie
7) aanspreekbaarheid
8) handhaving.

Vier patronen

De RRKC onderscheidt vier lastig te doorbreken patronen die onveiligheid in stand houden:
1) de paradox van het veilig spreken over veiligheid
2) het ‘witte mannelijke’ als standaard referentiepunt
3) het corrumperende effect van zowel macht als onmacht
4) het repetitieve karakter van schadelijke tradities in het (kunstvak)onderwijs.

Voor deze patronen bestaan weliswaar geen snelle oplossingen, maar het erkennen en herkennen ervan kan bijdragen aan het voorkomen van symptoombestrijding in het toewerken naar sociale veiligheid.

Slechts zo’n 15% tot 17% maakt melding van een ervaren gevoel van onveiligheid. Eén van de belangrijkste reden om te zwijgen is de angst voor victim-blaming, het fenomeen waarin ‘schuld’ niet bij een dader, maar geheel of gedeeltelijk bij een slachtoffer wordt gelegd. Iemand die victim-blaming toepast kan hier verschillende (vaak onbewuste) redenen voor hebben zoals het hebben van empathie voor de vermoedelijke dader, of het nemen van de eigen ervaring als uitgangspunt. Slachtoffers zijn op hun beurt belast met het ‘goudlokjesdilemma’; een verschijnsel waarvan de naam verwijst naar het sprookje ‘Goudlokje en de drie beren’. Goudlokje wil haar pap pas eten als het niet te koud, niet te warm, maar ‘precies goed’ is. In de context van sociale veiligheid confronteert het goudlokjesdilemma slachtoffers met de maatschappelijke druk een ‘perfect slachtoffer’ te zijn door een volmaakte dosering van timing (niet te vroeg melden, maar ook niet te laat) en emotie (niet te weinig, niet te veel). Een ‘verkeerde’ balans hiertussen tast de geloofwaardigheid van slachtoffers aan waardoor zij bijvoorbeeld worden beticht van opportunisme of het zoeken van (media-)aandacht. Dit heeft tot gevolg dat slachtoffers lang wachten met zich uitspreken of zich in z’n geheel niet durven uit te spreken.

Hoe nu verder?

Een veilige werkomgeving staat of valt met goed leiderschap. Onwetendheid bij met name directie en toezicht is als het gaat om sociale veiligheid verwijtbaar. De RRKC roept daarom het college en directies en toezichthouders van culturele organisaties – waartoe de RRKC ook zichzelf rekent – op om ‘sociale veiligheid’ te agenderen. Dit om met elkaar concreet te maken wat directies en toezichthouders zouden moeten weten als het gaat om sociale veiligheid binnen hun organisatie, en hoe zij geëquipeerd kunnen worden die vraag te beantwoorden. De samenstelling van het gesubsidieerde deel van de Rotterdamse cultuursector, met relatief veel kleine en middelgrote organisaties, is een aandachtspunt. Deze organisaties zijn namelijk niet per definitie slechter in hun omgang met sociale veiligheid dan de grote, maar ze hebben wel minder organisatorische en financiële slagkracht dan hun grotere tegenhangers. Dit kan beperkend werken in het aanpakken van sociale veiligheid.

De RRKC gaat graag met het college in gesprek over hoe de bevindingen in dit advies kunnen leiden tot de identificatie van kansen op het gebied van sociale veiligheid in de Rotterdamse cultuursector.

Onderzoek
Concreet adviseert de RRKC het college om, middels onderzoek, kansen met betrekking tot sociale veiligheid in de Rotterdamse cultuursector te identificeren en in kaart te brengen. Dit onderzoek is inmiddels (in opdracht van de RRKC) uitgevoerd door onderzoekers van het Zijlstra Center van de Vrije Universiteit Amsterdam.

LEES DE ONDERZOEKSRESULTATEN LEES HET ADVIES

 

Advies

Nieuwe stadsmuseale functie


Volgend op het Cultuurplanadvies 2021-2024 van de RRKC werkt een kwartiermaker in opdracht van het college van B&W aan een Nieuwe stadsmuseale functie (NSF) voor Rotterdam. In een briefadvies over het rapport van de kwartiermaker adviseert de RRKC om in de experimenteerfase de verschillende mogelijkheden voor de NSF te verkennen, zonder de huisvesting al vast te leggen. Het ontwikkelen van de NSF vraagt om geduld en een solide basis voor samenwerking in een sector die zich kenmerkt door versnippering.

LEES HIER HET ADVIES

Achtergrond

Op 17 juni 2020 adviseerde de RRKC in het kader van het Cultuurplan 2021-2024 om Museum Rotterdam te sluiten. De RRKC stelde als alternatief voor een Nieuwe stadsmuseale functie te laten uitwerken waarin zowel de collectie, de visie, samenwerkingsverbanden en het publieke aspect opnieuw worden ingevuld. Voor de uitwerking van deze functie adviseerde de Raad een kwartiermaker aan te stellen.

Het college en de gemeenteraad namen het advies van de RRKC over de stadsmuseale functie in grote lijnen over. De wethouder Cultuur Said Kasmi koos ervoor om, in overleg met Museum Rotterdam, eerst een Verkenner aan te stellen. Deze inventariseerde mogelijke scenario’s en hun draagvlak. Op basis van het rapport van de verkenner besloot het college daarna een kwartiermaker aan te trekken. Deze kwartiermaker kreeg de opdracht om de scenario’s die door de verkenner waren voorbereid uit te werken voor een Nieuwe stadsmuseale functie in Rotterdam. Zowel over de rapporten van verkenner als de kwartiermaker heeft de RRKC advies gegeven.

Tweede advies over het rapport van de kwartiermaker

Het tweede advies van de RRKC over de Nieuwe stadsmuseale functie richt zich op het rapport ‘Ook van jou!‘ van de kwartiermaker. In dit briefadvies reikt de RRKC bouwstenen aan voor een effectieve uitwerking van de Nieuwe stadsmuseale functie in de concretiseringsfase.  De RRKC heeft veel waardering voor het rapport ‘Ook van jou!‘ van de kwartiermaker. De Raad vindt het positief dat ambities om te komen tot een NSF duidelijk zijn verwoord richting de politiek. De kwartiermaker en stadscurator volgen voor een belangrijk deel de eerdere advisering die de RRKC in mei deed. Dat doen zij in hun opvattingen over de breedte van de NSF en de noodzaak van een gemeenschappelijke aanpak in de sector. Ook delen zij met de Raad de mening dat de huidige loskoppeling van de NSF van de renovatie van de Bibliotheek Rotterdam een goed besluit is. In dit advies benoemt de Raad kernpunten die naar zijn mening cruciaal zijn voor een kansrijke uitwerking van de NSF.

1. Omkering van de strategie: eerst de NSF, daarna de behuizing

De Raad mist in de experimenteerfase de belangrijkste stap: hoe de NSF wordt ontwikkeld en gerealiseerd. De Raad is niet op voorhand tegen een gebouw, maar vindt het te vroeg om in de experimenteerfase deze weg al in te slaan.  Er ontbreekt een afweging over ándere mogelijkheden om de NSF tot zijn recht te laten komen.

2. Coalitie met sturingskracht die de geschiedenis van de stad draagt en maakt

Het ontwikkelen van de NSF vraagt om geduld en een solide basis voor samenwerking in een sector die zich kenmerkt door ‘versnippering’. De Raad adviseert om de ruimte te nemen voor de ontwikkeling van de NSF en samen met betrokkenen in het veld te experimenteren.  De RRKC stelt voor om te beginnen met een kopgroep van vijf musea en erfgoedinstellingen: Museum Rotterdam, Maritiem Museum Rotterdam, Wereldmuseum, Verhalenhuis Belvedère en DIG IT UP. Daarbij moet gestreefd worden naar een grotere openheid en uitwisseling van collecties.

3. Een stichting en kernteam met autoriteit

De Raad adviseert de verantwoordelijkheid voor de NSF bij een nieuwe stichting te leggen en te zorgen dat primair de kopgroep van vijf sturingskracht krijgt. Daartoe moet een stadscurator met gezag in stad en land worden benoemd die leiderschap toont om de NSF goed én gezamenlijk vorm te geven.

4. Legitimering door het gemeentebestuur

De RRKC adviseert een legitimering van de uitwerking van de NSF door middel van een concrete opdracht aan de stichting en een toereikend budget, voor zowel activiteiten als voor de nieuwe organisatie. Het stadsbestuur moet voor de NSF gáán door bestuurlijke dekking te geven aan het kernteam van de stadscurator. In de opdracht van het college moet helder zijn wat de doelstelling is, dat de deelnemende partijen zich daaraan committeren en dat experimenten methodisch worden geëvalueerd en verantwoord.

LEES HIER HET TWEEDE ADVIES

Eerste advies over het rapport van de verkenner

In deze adviesbrief deelt de RRKC zijn zorgen over de invulling van het proces van het college van B&W om tot een goede stadsmuseale functie te komen. Het is een reactie op het rapport van verkenner Johan Moerman ‘Toekomstperspectieven voor de stadsmuseale functie’ (maart 2021) en de opdracht van de afdeling Cultuur en cluster Maatschappelijke Ontwikkeling voor een Kwartiermaker Stadsmuseale functie. De Raad vraagt aandacht voor de reikwijdte van de opdracht aan de Kwartiermaker, de randvoorwaarden waaronder die opdracht vervuld moet worden en het verkrijgen van draagvlak voor de stadsmuseale functie in de stad.

1. Met partners in een brede coalitie

De verkenner voorziet een samenwerking tussen het huidige Museum Rotterdam, het Stadsarchief en Archeologie Rotterdam in een Huis van de Geschiedenis.
Het verhaal van de stad en een Nieuwe stadsmuseale functie moet volgens de RRKC echter ontstaan vanuit een veel bredere coalitie dan deze partijen waarbij alle partners gelijkwaardig zijn. Zo kan worden geput uit collecties van Maritiem Museum Rotterdam en Museum Boijmans Van Beuningen, particuliere musea en de activiteiten van DigItUp en Verhalenhuis Belvedère.

2. Een onafhankelijke partij

In de opdracht van het college aan de kwartiermaker staat dat deze een centrale rol speelt in de heroriëntatie op de rol en functie van Museum Rotterdam.
De RRKC vindt dat de stadsmuseale functie moet worden voorbereid en uitgeoefend door een onafhankelijke partij, die zich niet gebonden moet voelen aan Museum Rotterdam. Verder vindt de Raad het niet wenselijk dat de kwartiermaker op voorhand moet aansluiten op de vernieuwing van de Centrale Bibliotheek.

3. Stadscurator als kwartiermaker

De RRKC pleit er voor de positie van kwartiermaker te laten invullen door een Stadscurator. Dit kan één persoon zijn, of een team van curatoren, tentoonstellingsmakers, en/of kunstenaars. De RRKC vindt meerstemmigheid een belangrijk uitgangspunt voor de stadsmuseale functie, maar benadrukt dat een Nieuwe stadsmuseale functie niet gelijkgesteld moet worden aan een nieuwe museumorganisatie. Activiteiten die voortvloeien uit de stadsmuseale functie – tentoonstellingen, verhalen, debatten en educatieve activiteiten – hoeven niet gebonden moeten zijn aan één (museum)gebouw, maar kunnen in verschillende locaties plaatsvinden. Visie, samenwerkingsverbanden en het publieke aspect worden opnieuw ingevuld. Daarbij zijn zowel de geschiedenis van de stad als de actuele stedelijkheid relevant.

4. Meer tijd nodig

De wens om snel tot concrete invulling van een plan te komen staat haaks op de ruimte die de kwartiermaker moet krijgen voor het ontwikkelen van een goed concept voor de stadsmuseale functie. De RRKC ziet een hogere slagingskans als er meer tijd wordt gereserveerd en adviseert dan ook die tijd te reserveren – en geheel open te laten hoe de stadsmuseale functie wordt ontwikkeld en vorm gaat krijgen.

5. Inhoud eerst en daarna de vorm

Dit proces kan niet slagen als de kwartiermaker zich vooraf moet conformeren aan een optie als Het Huis van de Geschiedenis met daarin de bestaande organisatie van Museum Rotterdam of een optie als het Huis van de Stad waarin wordt voorgesorteerd op het onderbrengen van de functie in de Bibliotheek Rotterdam. De RRKC vindt dat de kwartiermaker/stadscurator de discussie over de inhoud en de taken van de stadsmuseale functie eerst moet voeren en gevoed moet worden met experimenten, evaluaties en de lering die daaruit wordt getrokken.

Wij adviseren het college om op basis van bovengenoemde aandachtspunten en suggesties de opdracht aan de kwartiermaker te verbreden en aanmerkelijk meer tijd in te ruimen voor de uitwerking van de stadsmuseale functie. Eerst de inhoud dan de vorm.

LEES HIER HET ADVIES
Relevante links

ADVIES 2 (november 2021)
Advies RRKC:
Adviesbrief aan College van B&W

Advies Kwartiermaker:
Ook van jou!

Pers
Vers Beton:
Grootse plannen voor een nieuw Stadsmuseum

DIG IT UP
Samen naar een nieuwe stadsmuseale functie

Reactie van het college van B&W op het advies:
Collegebrief aan de Gemeenteraad

Reactie wethouder Kasmi
Lees hier de reactie

ADVIES 1 (mei 2021)
Advies RRKC:
Adviesbrief aan College van B&W

Verkenning:
Toekomstperspectieven voor de stadsmuseale functie

Pers
NRC:
Interview Aad Meijboom, Marc Fonville en Jacob van der Goot

Column Simone da Silva (Dig It Up)

Open Rotterdam:
Vlog bezoek Museum Rotterdam

Reactie wethouder Kasmi
Lees hier de reactie

Advies

Advies over corona en cultuur: Cultuur in transitie


Cultuur in transitie

De coronacrisis als vliegwiel voor veranderingen

De RRKC heeft op 9 februari aan het college van B&W en de culturele sector van Rotterdam een advies uitgebracht over corona en cultuur. Het advies, ‘Cultuur in transitie‘, beschrijft veranderingen en interventies om de Rotterdamse kunst- en cultuursector sterker uit de coronacrisis te laten komen – op korte én langere termijn. Het advies kwam tot stand met input van vier denksessies met ruim 40 Rotterdamse makers en instellingen. De diverse en representatieve samenstelling van de denksessies klinkt direct door in het advies Cultuur in transitie.

LEES HIER HET COMPLETE ADVIES

Cultuur in transitie

De impact van de coronacrisis op de culturele en creatieve sector is zeer groot en zonder precedent. De sector is zwaar getroffen en redt het niet zonder steun, maar toont zich ook veerkrachtig, creatief en solidair. De maatschappelijke en intrinsieke waarde van kunst en cultuur worden in crisistijd gevoeld en gezien. Makers en instellingen delen kennis en zetten gezamenlijk nieuwe stappen. De RRKC adviseert de gemeente deze beweging te stimuleren.

Om tot een evenwichtig en goed gewogen advies te komen, organiseerde de RRKC eind oktober 2020 vier online denksessies over de korte- en langetermijn-gevolgen van het corona-virus op de culturele sector. 40 makers en instellingen uit vier disciplines en in diverse samenstelling gingen met elkaar in gesprek over vier thema’s: Programma, Publiek, Keten en Verdienmodel.

Een realistisch scenario

De RRKC heeft veel waardering voor de wijze waarop de gemeente Rotterdam haar verantwoordelijkheid heeft opgepakt met analyses en steunmaatregelen. Maar een waarschuwing is gepast: De impact van de pandemie, met al haar grilligheid en mutanten, zal een lange doorwerking hebben en de culturele praktijk blijvend veranderen. De Raad adviseert: Gebruik de crisis daarom als vliegwiel om de noodzaak tot verandering – die er al was – verder en in gezamenlijkheid vorm te geven. Ga uit van vertrouwen en verantwoordelijkheid, ga soepel om met subsidieregels en prestatieafspraken en gebruik 2021 als experimenteerjaar.

Zes essentiële veranderingen


Het advies is gericht op een blijvende transitie van de culturele sector. De gemeente zal samen met de culturele sector een overstijgend perspectief moeten ontwikkelen voor de toekomst met als richtpunt 2025. Het perspectief geeft richting aan de wijze waarop steunmaatregelen worden omgezet in investeringen. De RRKC adviseert de zes geschetste veranderingen te benutten als ‘kader’ voor de transitie. Daarbij adviseert hij het college vast te houden aan de drie I’s (Inclusiviteit, Interconnectiviteit en Innovatie); deze zijn cruciaal om sterker uit de crisis te komen. Het gezamenlijke doel is een nieuw duurzaam cultureel ecosysteem met gelijke kansen. Om de cultuursector weerbaarder te maken is het absoluut noodzakelijk dat er op zoek wordt gegaan naar een bredere bekostiging. Nu wordt er door rijk en gemeente veel extra geld als steun ingezet, maar voorkomen moet worden dat de sector na deze anticyclische investeringen en ondersteuning weer speelbal wordt in een golfbeweging van bezuinigingen, aldus de Raad.

De RRKC signaleert zes veranderingen als drijvende kracht achter de transitie van de cultuursector:

  1. Innovaties met nieuwe productie- en presentatiepraktijken;
  2. Toename solidariteit, samenwerking en deelcultuur;
  3. Een versnelde aandacht voor digitalisering;
  4. Toenemende behoefte aan publieke/alternatieve ruimte voor programmering;
  5. Een groter beroep op eigen talent en bronnen;
  6. Op zoek naar een bredere bekostiging.

Opgave voor de korte termijn: ruimte maken voor veranderingen
De RRKC heeft hiervoor vier adviezen:

  1. Versoepel de toepassing van subsidieregels en werk met voorfinanciering
  2. Blijf inzetten op een vitaal klimaat voor de makers, creatieve ondernemers en kunstenaars in de stad
  3. Zorg juist nu voor het stimuleren van cultuureducatie
  4. Faciliteer een veilig werk- en presentatieklimaat, zowel buiten als binnen
LEES HIER HET COMPLETE ADVIES

Hieronder vindt u een overzicht van alle ondersteundende maatregelen, subsidies en nieuws:
OVERZICHT ONDERSTEUNENDE MAATREGELEN EN SUBSIDIES