Advies

Adviesagenda 2022-2024


Begin 2022 stelde de RRKC de voorlopige Adviesagenda 2022-2024 en het werkprogramma voor het bureau vast. In december 2021 is Carlos Gonçalves door het college van B&W benoemd als nieuwe voorzitter van de RRKC. Vlak daarvoor zijn twee nieuwe RRKC-leden benoemd: Marjolein Vlaming en Gyzlene Kramer-Zeroual. Voor twee vacatures wordt voor de zomer van 2022 een voordracht gedaan aan het college.
De RRKC heeft in afwachting van de komst van het nieuwe college ruimte gehouden op de adviesagenda voor mogelijk gevraagde adviezen en gaat hier graag over in gesprek. Dit geldt ook voor de adviezen die de RRKC op eigen initiatief op de agenda heeft gezet, zie hierna.

Lopende adviezen en activiteiten RRKC:
1. Adviesbrief Ongehoord geluid, over sociale veiligheid in de Rotterdamse cultuursector
Dit advies over de omgang in de sector met grensoverschrijdend gedrag is besproken met de wethouder op 23 februari 2022 en door hem ‘omarmd’. De wethouder is bereid om het advies uit te dragen en verzocht de RRKC om de situatie rond sociale veiligheid in de Rotterdamse culturele sector nader te onderzoeken. Hij steunt het idee om een werkconferentie te organiseren hierover, waarin hij zelf mogelijk een rol kan vervullen. Deze werkconferentie is voorzien na de zomer van 2022.
De adviesbrief van de RRKC is op 1 maart 2022 verstuurd en gecommuniceerd in de media.

2. Politiek cultuurdebat 22 februari 2022
De RRKC organiseerde het politiek cultuurdebat op 22 februari jl. in en samen met Debatpodium Arminius. Het debat verliep in heel goede sfeer en kon op veel belangstelling rekenen: 200 mensen in de zaal, voor het eerst na corona, 600 volgers van de ‘live streams’ van Open Rotterdam en Arminius.

3. Culturele infrastructuur en stedelijke ontwikkeling
De culturele infrastructuur – de fysieke plekken waar kunst en cultuur wordt beoefend en ervaren – staat onder druk in Rotterdam. Dit komt door de groei van de stad, verdichting en minder leegstaande panden maar ook door de stijging van de huurprijzen en servicekosten. Atelier -en werkruimten zijn beperkt beschikbaar en er is een lange wachtlijst voor dit soort ruimten. Festivals beschikken over minder geschikte (buiten) ruimte.
Er is ook aandacht nodig voor de spreiding van culturele voorzieningen in de stad. Deze spreiding blijft vooralsnog zeer ongelijk, zo constateerde de RRKC ook in het Cultuurplanadvies 2021-2024. Het ontbreekt aan een visie op de culturele infrastructuur en het stedelijk ontwikkelingsbeleid op de langere termijn. De RRKC wil met dit advies bijdragen hieraan en brengt na de zomer van 2022 advies uit. Het advies is in voorbereiding en er is een adviescommissie geformeerd onder voorzitterschap van Hamit Karakus. De RRKC gaat graag over dit onderwerp in gesprek met de nieuwe wethouders Stadsontwikkeling en Cultuur.

4. Digitale strategieën van Rotterdamse culturele organisaties
Onder druk van corona hebben veel culturele instellingen een hybride aanbod ontwikkeld waarin fysiek en digitaal worden gemengd. Dit leidt tot interessante innovaties, zowel in het maken van kunst als in het bereiken van een breder publiek. Ook in de distributie en archivering zien we innovaties.
De RRKC onderzoekt in samenwerking met het landelijk instituut DEN de ontwikkelingen op dit terrein in Rotterdam en plaatst dit in landelijk en internationaal perspectief. Het gaat om een agenderend advies dat inzicht geeft in de digitale innovaties en behoeften in Rotterdam en – indien nodig – mogelijkheden om de innovatieve digitale ontwikkelingen te stimuleren.

5. Externe evaluatie RRKC ‘Uit de groef’
In de Uitvoeringsregeling RRKC (art. 8) is bepaald dat de RRKC elke vier jaar periodiek wordt geëvalueerd. Op 23 februari jl. ontving de RRKC de meest recente evaluatie, uitgevoerd door organisatieadviesbureau Rijnconsult en getiteld ‘Uit de groef’. Centraal in deze evaluatie stond de vraag hoe de RRKC invulling geeft aan zijn doelstellingen, te weten het bijdragen aan de voorbereiding en uitvoering van het kunst- en cultuurbeleid en de versterking van de culturele sector in de gemeente Rotterdam in de periode 2016-2021. Op verzoek van het college heeft de RRKC gereageerd op de evaluatie. De resultaten ervan wil de RRKC graag bespreken met de nieuwe wethouder Cultuur, waaronder scenario’s voor de toekomst. Deze scenario’s bieden naar de mening van de RRKC goede aanknopingspunten om de werkwijze van de RRKC te verbeteren alsmede de samenwerking tussen de RRKC, het college, de sector, gemeenteraad en ambtelijke ondersteuning.

6. Werken aan organisatie RRKC en adviseurspool
In de opmaat naar het Cultuurplan 2025-2028 past de RRKC de eigen organisatie aan, zodanig dat de Raad nog beter zicht kan houden op de actuele ontwikkeling van kunst en cultuur in de stad in brede zin en op het werk van de 92 Cultuurplan-instellingen. Zo wil de RRKC een pool van adviseurs samenstellen die samen met de leden van de RRKC de culturele activiteiten in de stad bezoekt en de ontwikkeling van de Cultuurplan-instellingen volgt. Doel is om de antenne in de stad nog scherper af te stellen in goed contact met de sector.

Nieuwe onderwerpen, te bespreken:
7. Het belang van kunst en cultuur voor de stedelijke identiteit van Rotterdam
In tijden van polarisatie brengt kunst en cultuur mensen bij elkaar. Cultuur als autonome kracht én als middel tot verbinding.

8. De Rotterdamse cultuursector na de coronacrisis: hoe ziet de transitie van de cultuursector er uit na corona?
De cultuursector is in de afgelopen twee jaar ontregeld geweest en goeddeels gesloten. De sector heeft tijd nodig om te herstellen en moet een transitie doormaken. Daarbij gaat het enerzijds over de werkgelegenheid in de sector, in het bijzonder van de zzp’ers en flexwerkers, anderzijds om een zo goed mogelijke heropening van instellingen, waarvan een deel te maken heeft met vraaguitval bij het publiek. De RRKC adviseerde eerder over de gevolgen van corona voor de Rotterdamse cultuursector. Ook in de nieuwe collegeperiode zal er aandacht moeten zijn voor de problematiek van makers en instelling met herstel en transitie na corona. De RRKC bespreekt graag met het nieuwe college wat nodig is om de arbeidsmarkt in de Rotterdamse cultuursector te versterken, in combinatie met fair pay. Nu merkt de Raad dat werken in de kunstsector door opdrachtgevers te vaak niet op waarde wordt geschat.

9. Pamflet Rotterdam: benut de kansen die festivals bieden
Een aantal culturele festivals bracht een pamflet uit waarin zij pleiten voor een duidelijkere positie en profilering van de culturele festivals als onderdeel van de Rotterdamse culturele infrastructuur. In het bijzonder dringen zij aan op meer aandacht voor de internationale positie van en lobby voor de festivals, de veranderende rol en het beter benutten van de festivals om belangrijke stedelijke thema’s te adresseren. Zij zijn hierover in gesprek met Rotterdam Festivals en de gemeente.

De RRKC onderkent het belang van de punten in het manifest en beziet graag in gesprek met de nieuwe wethouder Cultuur of advisering hier gewenst is. Daarbij moet ook de positie van de festivals in het Cultuurplan worden meegenomen.

Advies

Sociale veiligheid


In het advies Ongehoord geluid vraagt de RRKC aandacht van het college en de Rotterdamse cultuursector voor sociale veiligheid in het Rotterdamse culturele veld. Dit zodat symptomen van een onveilige werksituatie, zoals intimidatie, discriminatie of machtsmisbruik, zoveel mogelijk worden voorkomen. Onder sociale veiligheid verstaat de RRKC de mate van afwezigheid van potentiële oorzaken van een onveilige situatie en de mate van aanwezigheid van beschermende maatregelen tegen deze potentiële oorzaken.

LEES HET ADVIES READ ENGLISH VERSION

Veilig en onveilig vs. wettig en onwettig

Met dit advies richt de RRKC zich op subjectieve sociale veiligheid: je veilig voelen – zowel psychisch als fysiek – in het ‘grijze’ gebied: het gebied waar context en persoonlijke grenzen beïnvloeden wat de één wel, en de ander niet als ‘normaal’ beschouwt. Subjectieve sociale veiligheid onderscheidt zich van objectieve veiligheid waarin algemene grenzen in wetten zijn verankerd.

De tijd om te agenderen is nu

Dankzij maatschappelijke druk neemt het aantal gemelde ervaringen van onveiligheid in de cultuursector toe. Tegelijkertijd legt het bloot hoeveel er nog niét wordt gemeld. Bovendien, onveiligheid gedijt in tijden van een crisis zoals we die nu doorleven. De culturele sector is door de effecten van COVID-19 ontwricht en de druk op mensen, die als gevolg van de crisis wordt vergroot, versterkt negatieve gedragspatronen.

Waarom de culturele sector?

Uit onderzoek bleek dat de cultuursector specifieke kenmerken in zich draagt die het gevaar van een onveilige werksituatie vergroten, te weten: het hoge aantal informele contacten, de grote statusverschillen, het gedoogeffect van ‘artisticiteit’, de betrokkenheid van het publiek als derde partij, de competitieve sfeer en de relatief grote baanonzekerheid. Die baanonzekerheid groeit nu de culturele sector door COVID-19 in kansen wordt bekneld, maar het aantal afstuderende cultuurprofessionals gelijk blijft, zelfs wellicht groeit.

Daarnaast ervaren drie groepen vaker dan andere groepen sociale onveiligheid: 1) vrouwen, 2) personen met een artistieke of een artistiek-technische functie, 3) zelfstandigen in een freelance positie en werknemers met een tijdelijk contract: alle drie kenmerkend voor de culturele sector.

Regels… maar niet te veel

Regels en de handhaving daarvan zijn van groot belang als het gaat om het waarborgen van een sociaal veilige werkomgeving. De RRKC pleit er echter voor om het aantal regels te beperken maar wel duidelijk op regels te sturen door het combineren van soft controls en hard controls. In tegenstelling tot hard controls (regels, protocollen, procedures) zijn soft controls alle niet-tastbare factoren die kunnen helpen bij het stimuleren van het gedrag dat wordt verlangd. De RRKC onderschrijft de volgende acht componenten uit het soft control-model van onderzoeker Muel Kaptein:
1) helderheid
2) bespreekbaarheid
3) voorbeeldgedrag
4) betrokkenheid
5) uitvoerbaarheid
6) transparantie
7) aanspreekbaarheid
8) handhaving.

Vier patronen

De RRKC onderscheidt vier lastig te doorbreken patronen die onveiligheid in stand houden:
1) de paradox van het veilig spreken over veiligheid
2) het ‘witte mannelijke’ als standaard referentiepunt
3) het corrumperende effect van zowel macht als onmacht
4) het repetitieve karakter van schadelijke tradities in het (kunstvak)onderwijs.

Voor deze patronen bestaan weliswaar geen snelle oplossingen, maar het erkennen en herkennen ervan kan bijdragen aan het voorkomen van symptoombestrijding in het toewerken naar sociale veiligheid.

Slechts zo’n 15% tot 17% maakt melding van een ervaren gevoel van onveiligheid. Eén van de belangrijkste reden om te zwijgen is de angst voor victim-blaming, het fenomeen waarin ‘schuld’ niet bij een dader, maar geheel of gedeeltelijk bij een slachtoffer wordt gelegd. Iemand die victim-blaming toepast kan hier verschillende (vaak onbewuste) redenen voor hebben zoals het hebben van empathie voor de vermoedelijke dader, of het nemen van de eigen ervaring als uitgangspunt. Slachtoffers zijn op hun beurt belast met het ‘goudlokjesdilemma’; een verschijnsel waarvan de naam verwijst naar het sprookje ‘Goudlokje en de drie beren’. Goudlokje wil haar pap pas eten als het niet te koud, niet te warm, maar ‘precies goed’ is. In de context van sociale veiligheid confronteert het goudlokjesdilemma slachtoffers met de maatschappelijke druk een ‘perfect slachtoffer’ te zijn door een volmaakte dosering van timing (niet te vroeg melden, maar ook niet te laat) en emotie (niet te weinig, niet te veel). Een ‘verkeerde’ balans hiertussen tast de geloofwaardigheid van slachtoffers aan waardoor zij bijvoorbeeld worden beticht van opportunisme of het zoeken van (media-)aandacht. Dit heeft tot gevolg dat slachtoffers lang wachten met zich uitspreken of zich in z’n geheel niet durven uit te spreken.

Hoe nu verder?

Een veilige werkomgeving staat of valt met goed leiderschap. Onwetendheid bij met name directie en toezicht is als het gaat om sociale veiligheid verwijtbaar. De RRKC roept daarom het college en directies en toezichthouders van culturele organisaties – waartoe de RRKC ook zichzelf rekent – op om ‘sociale veiligheid’ te agenderen. Dit om met elkaar concreet te maken wat directies en toezichthouders zouden moeten weten als het gaat om sociale veiligheid binnen hun organisatie, en hoe zij geëquipeerd kunnen worden die vraag te beantwoorden. De samenstelling van het gesubsidieerde deel van de Rotterdamse cultuursector, met relatief veel kleine en middelgrote organisaties, is een aandachtspunt. Deze organisaties zijn namelijk niet per definitie slechter in hun omgang met sociale veiligheid dan de grote, maar ze hebben wel minder organisatorische en financiële slagkracht dan hun grotere tegenhangers. Dit kan beperkend werken in het aanpakken van sociale veiligheid.

De RRKC gaat graag met het college in gesprek over hoe de bevindingen in dit advies kunnen leiden tot de identificatie van kansen op het gebied van sociale veiligheid in de Rotterdamse cultuursector.
Concreet adviseert de RRKC het college om, middels onderzoek, kansen met betrekking tot sociale veiligheid in de Rotterdamse cultuursector te identificeren en in kaart te brengen.
Later dit jaar verkent de RRKC tijdens een werkbijeenkomst met de culturele organisaties in Rotterdam hoe de theoretische bevindingen uit dit advies kunnen worden omgezet in (duurzame) acties binnen hun eigen organisaties.

LEES HET ADVIES READ ENGLISH VERSION

 

Advies

Nieuwe stadsmuseale functie


Volgend op het Cultuurplanadvies 2021-2024 van de RRKC werkt een kwartiermaker in opdracht van het college van B&W aan een Nieuwe stadsmuseale functie (NSF) voor Rotterdam. In een briefadvies over het rapport van de kwartiermaker adviseert de RRKC om in de experimenteerfase de verschillende mogelijkheden voor de NSF te verkennen, zonder de huisvesting al vast te leggen. Het ontwikkelen van de NSF vraagt om geduld en een solide basis voor samenwerking in een sector die zich kenmerkt door versnippering.

LEES HIER HET ADVIES

Achtergrond

Op 17 juni 2020 adviseerde de RRKC in het kader van het Cultuurplan 2021-2024 om Museum Rotterdam te sluiten. De RRKC stelde als alternatief voor een Nieuwe stadsmuseale functie te laten uitwerken waarin zowel de collectie, de visie, samenwerkingsverbanden en het publieke aspect opnieuw worden ingevuld. Voor de uitwerking van deze functie adviseerde de Raad een kwartiermaker aan te stellen.

Het college en de gemeenteraad namen het advies van de RRKC over de stadsmuseale functie in grote lijnen over. De wethouder Cultuur Said Kasmi koos ervoor om, in overleg met Museum Rotterdam, eerst een Verkenner aan te stellen. Deze inventariseerde mogelijke scenario’s en hun draagvlak. Op basis van het rapport van de verkenner besloot het college daarna een kwartiermaker aan te trekken. Deze kwartiermaker kreeg de opdracht om de scenario’s die door de verkenner waren voorbereid uit te werken voor een Nieuwe stadsmuseale functie in Rotterdam. Zowel over de rapporten van verkenner als de kwartiermaker heeft de RRKC advies gegeven.

Tweede advies over het rapport van de kwartiermaker

Het tweede advies van de RRKC over de Nieuwe stadsmuseale functie richt zich op het rapport ‘Ook van jou!‘ van de kwartiermaker. In dit briefadvies reikt de RRKC bouwstenen aan voor een effectieve uitwerking van de Nieuwe stadsmuseale functie in de concretiseringsfase.  De RRKC heeft veel waardering voor het rapport ‘Ook van jou!‘ van de kwartiermaker. De Raad vindt het positief dat ambities om te komen tot een NSF duidelijk zijn verwoord richting de politiek. De kwartiermaker en stadscurator volgen voor een belangrijk deel de eerdere advisering die de RRKC in mei deed. Dat doen zij in hun opvattingen over de breedte van de NSF en de noodzaak van een gemeenschappelijke aanpak in de sector. Ook delen zij met de Raad de mening dat de huidige loskoppeling van de NSF van de renovatie van de Bibliotheek Rotterdam een goed besluit is. In dit advies benoemt de Raad kernpunten die naar zijn mening cruciaal zijn voor een kansrijke uitwerking van de NSF.

1. Omkering van de strategie: eerst de NSF, daarna de behuizing

De Raad mist in de experimenteerfase de belangrijkste stap: hoe de NSF wordt ontwikkeld en gerealiseerd. De Raad is niet op voorhand tegen een gebouw, maar vindt het te vroeg om in de experimenteerfase deze weg al in te slaan.  Er ontbreekt een afweging over ándere mogelijkheden om de NSF tot zijn recht te laten komen.

2. Coalitie met sturingskracht die de geschiedenis van de stad draagt en maakt

Het ontwikkelen van de NSF vraagt om geduld en een solide basis voor samenwerking in een sector die zich kenmerkt door ‘versnippering’. De Raad adviseert om de ruimte te nemen voor de ontwikkeling van de NSF en samen met betrokkenen in het veld te experimenteren.  De RRKC stelt voor om te beginnen met een kopgroep van vijf musea en erfgoedinstellingen: Museum Rotterdam, Maritiem Museum Rotterdam, Wereldmuseum, Verhalenhuis Belvedère en DIG IT UP. Daarbij moet gestreefd worden naar een grotere openheid en uitwisseling van collecties.

3. Een stichting en kernteam met autoriteit

De Raad adviseert de verantwoordelijkheid voor de NSF bij een nieuwe stichting te leggen en te zorgen dat primair de kopgroep van vijf sturingskracht krijgt. Daartoe moet een stadscurator met gezag in stad en land worden benoemd die leiderschap toont om de NSF goed én gezamenlijk vorm te geven.

4. Legitimering door het gemeentebestuur

De RRKC adviseert een legitimering van de uitwerking van de NSF door middel van een concrete opdracht aan de stichting en een toereikend budget, voor zowel activiteiten als voor de nieuwe organisatie. Het stadsbestuur moet voor de NSF gáán door bestuurlijke dekking te geven aan het kernteam van de stadscurator. In de opdracht van het college moet helder zijn wat de doelstelling is, dat de deelnemende partijen zich daaraan committeren en dat experimenten methodisch worden geëvalueerd en verantwoord.

LEES HIER HET TWEEDE ADVIES

Eerste advies over het rapport van de verkenner

In deze adviesbrief deelt de RRKC zijn zorgen over de invulling van het proces van het college van B&W om tot een goede stadsmuseale functie te komen. Het is een reactie op het rapport van verkenner Johan Moerman ‘Toekomstperspectieven voor de stadsmuseale functie’ (maart 2021) en de opdracht van de afdeling Cultuur en cluster Maatschappelijke Ontwikkeling voor een Kwartiermaker Stadsmuseale functie. De Raad vraagt aandacht voor de reikwijdte van de opdracht aan de Kwartiermaker, de randvoorwaarden waaronder die opdracht vervuld moet worden en het verkrijgen van draagvlak voor de stadsmuseale functie in de stad.

1. Met partners in een brede coalitie

De verkenner voorziet een samenwerking tussen het huidige Museum Rotterdam, het Stadsarchief en Archeologie Rotterdam in een Huis van de Geschiedenis.
Het verhaal van de stad en een Nieuwe stadsmuseale functie moet volgens de RRKC echter ontstaan vanuit een veel bredere coalitie dan deze partijen waarbij alle partners gelijkwaardig zijn. Zo kan worden geput uit collecties van Maritiem Museum Rotterdam en Museum Boijmans Van Beuningen, particuliere musea en de activiteiten van DigItUp en Verhalenhuis Belvedère.

2. Een onafhankelijke partij

In de opdracht van het college aan de kwartiermaker staat dat deze een centrale rol speelt in de heroriëntatie op de rol en functie van Museum Rotterdam.
De RRKC vindt dat de stadsmuseale functie moet worden voorbereid en uitgeoefend door een onafhankelijke partij, die zich niet gebonden moet voelen aan Museum Rotterdam. Verder vindt de Raad het niet wenselijk dat de kwartiermaker op voorhand moet aansluiten op de vernieuwing van de Centrale Bibliotheek.

3. Stadscurator als kwartiermaker

De RRKC pleit er voor de positie van kwartiermaker te laten invullen door een Stadscurator. Dit kan één persoon zijn, of een team van curatoren, tentoonstellingsmakers, en/of kunstenaars. De RRKC vindt meerstemmigheid een belangrijk uitgangspunt voor de stadsmuseale functie, maar benadrukt dat een Nieuwe stadsmuseale functie niet gelijkgesteld moet worden aan een nieuwe museumorganisatie. Activiteiten die voortvloeien uit de stadsmuseale functie – tentoonstellingen, verhalen, debatten en educatieve activiteiten – hoeven niet gebonden moeten zijn aan één (museum)gebouw, maar kunnen in verschillende locaties plaatsvinden. Visie, samenwerkingsverbanden en het publieke aspect worden opnieuw ingevuld. Daarbij zijn zowel de geschiedenis van de stad als de actuele stedelijkheid relevant.

4. Meer tijd nodig

De wens om snel tot concrete invulling van een plan te komen staat haaks op de ruimte die de kwartiermaker moet krijgen voor het ontwikkelen van een goed concept voor de stadsmuseale functie. De RRKC ziet een hogere slagingskans als er meer tijd wordt gereserveerd en adviseert dan ook die tijd te reserveren – en geheel open te laten hoe de stadsmuseale functie wordt ontwikkeld en vorm gaat krijgen.

5. Inhoud eerst en daarna de vorm

Dit proces kan niet slagen als de kwartiermaker zich vooraf moet conformeren aan een optie als Het Huis van de Geschiedenis met daarin de bestaande organisatie van Museum Rotterdam of een optie als het Huis van de Stad waarin wordt voorgesorteerd op het onderbrengen van de functie in de Bibliotheek Rotterdam. De RRKC vindt dat de kwartiermaker/stadscurator de discussie over de inhoud en de taken van de stadsmuseale functie eerst moet voeren en gevoed moet worden met experimenten, evaluaties en de lering die daaruit wordt getrokken.

Wij adviseren het college om op basis van bovengenoemde aandachtspunten en suggesties de opdracht aan de kwartiermaker te verbreden en aanmerkelijk meer tijd in te ruimen voor de uitwerking van de stadsmuseale functie. Eerst de inhoud dan de vorm.

LEES HIER HET ADVIES
Relevante links

ADVIES 2 (november 2021)
Advies RRKC:
Adviesbrief aan College van B&W

Advies Kwartiermaker:
Ook van jou!

Pers
Vers Beton:
Grootse plannen voor een nieuw Stadsmuseum

DIG IT UP
Samen naar een nieuwe stadsmuseale functie

Reactie van het college van B&W op het advies:
Collegebrief aan de Gemeenteraad

Reactie wethouder Kasmi
Lees hier de reactie

ADVIES 1 (mei 2021)
Advies RRKC:
Adviesbrief aan College van B&W

Verkenning:
Toekomstperspectieven voor de stadsmuseale functie

Pers
NRC:
Interview Aad Meijboom, Marc Fonville en Jacob van der Goot

Column Simone da Silva (Dig It Up)

Open Rotterdam:
Vlog bezoek Museum Rotterdam

Reactie wethouder Kasmi
Lees hier de reactie

Advies

Advies over corona en cultuur: Cultuur in transitie


Cultuur in transitie

De coronacrisis als vliegwiel voor veranderingen

De RRKC heeft op 9 februari aan het college van B&W en de culturele sector van Rotterdam een advies uitgebracht over corona en cultuur. Het advies, ‘Cultuur in transitie‘, beschrijft veranderingen en interventies om de Rotterdamse kunst- en cultuursector sterker uit de coronacrisis te laten komen – op korte én langere termijn. Het advies kwam tot stand met input van vier denksessies met ruim 40 Rotterdamse makers en instellingen. De diverse en representatieve samenstelling van de denksessies klinkt direct door in het advies Cultuur in transitie.

LEES HIER HET COMPLETE ADVIES

Cultuur in transitie

De impact van de coronacrisis op de culturele en creatieve sector is zeer groot en zonder precedent. De sector is zwaar getroffen en redt het niet zonder steun, maar toont zich ook veerkrachtig, creatief en solidair. De maatschappelijke en intrinsieke waarde van kunst en cultuur worden in crisistijd gevoeld en gezien. Makers en instellingen delen kennis en zetten gezamenlijk nieuwe stappen. De RRKC adviseert de gemeente deze beweging te stimuleren.

Om tot een evenwichtig en goed gewogen advies te komen, organiseerde de RRKC eind oktober 2020 vier online denksessies over de korte- en langetermijn-gevolgen van het corona-virus op de culturele sector. 40 makers en instellingen uit vier disciplines en in diverse samenstelling gingen met elkaar in gesprek over vier thema’s: Programma, Publiek, Keten en Verdienmodel.

Een realistisch scenario

De RRKC heeft veel waardering voor de wijze waarop de gemeente Rotterdam haar verantwoordelijkheid heeft opgepakt met analyses en steunmaatregelen. Maar een waarschuwing is gepast: De impact van de pandemie, met al haar grilligheid en mutanten, zal een lange doorwerking hebben en de culturele praktijk blijvend veranderen. De Raad adviseert: Gebruik de crisis daarom als vliegwiel om de noodzaak tot verandering – die er al was – verder en in gezamenlijkheid vorm te geven. Ga uit van vertrouwen en verantwoordelijkheid, ga soepel om met subsidieregels en prestatieafspraken en gebruik 2021 als experimenteerjaar.

Zes essentiële veranderingen


Het advies is gericht op een blijvende transitie van de culturele sector. De gemeente zal samen met de culturele sector een overstijgend perspectief moeten ontwikkelen voor de toekomst met als richtpunt 2025. Het perspectief geeft richting aan de wijze waarop steunmaatregelen worden omgezet in investeringen. De RRKC adviseert de zes geschetste veranderingen te benutten als ‘kader’ voor de transitie. Daarbij adviseert hij het college vast te houden aan de drie I’s (Inclusiviteit, Interconnectiviteit en Innovatie); deze zijn cruciaal om sterker uit de crisis te komen. Het gezamenlijke doel is een nieuw duurzaam cultureel ecosysteem met gelijke kansen. Om de cultuursector weerbaarder te maken is het absoluut noodzakelijk dat er op zoek wordt gegaan naar een bredere bekostiging. Nu wordt er door rijk en gemeente veel extra geld als steun ingezet, maar voorkomen moet worden dat de sector na deze anticyclische investeringen en ondersteuning weer speelbal wordt in een golfbeweging van bezuinigingen, aldus de Raad.

De RRKC signaleert zes veranderingen als drijvende kracht achter de transitie van de cultuursector:

  1. Innovaties met nieuwe productie- en presentatiepraktijken;
  2. Toename solidariteit, samenwerking en deelcultuur;
  3. Een versnelde aandacht voor digitalisering;
  4. Toenemende behoefte aan publieke/alternatieve ruimte voor programmering;
  5. Een groter beroep op eigen talent en bronnen;
  6. Op zoek naar een bredere bekostiging.

Opgave voor de korte termijn: ruimte maken voor veranderingen
De RRKC heeft hiervoor vier adviezen:

  1. Versoepel de toepassing van subsidieregels en werk met voorfinanciering
  2. Blijf inzetten op een vitaal klimaat voor de makers, creatieve ondernemers en kunstenaars in de stad
  3. Zorg juist nu voor het stimuleren van cultuureducatie
  4. Faciliteer een veilig werk- en presentatieklimaat, zowel buiten als binnen
LEES HIER HET COMPLETE ADVIES

Hieronder vindt u een overzicht van alle ondersteundende maatregelen, subsidies en nieuws:
OVERZICHT ONDERSTEUNENDE MAATREGELEN EN SUBSIDIES

Advies

Hervorm cultuursubsidies maar niet overhaast


RRKC adviseert om meer tijd te nemen om te komen tot structurele subsidie voor grote cultuurinstellingen, de Rotterdamse Culturele Basis. Dit plan staat in de Uitgangspuntennota van het College van B&W.

Wat is de Rotterdamse Culturele Basis?

Het College van B&W vroeg de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) om advies over het instellen van de Rotterdamse Culturele Basis. Dit is een vaste subsidieregeling voor de grote culturele instellingen in Rotterdam. Op landelijk niveau is er structurele financiering in de Basis Infrastructuur. Ook in Amsterdam is een vergelijkbare regeling, de A-BIS.

Hervorming van cultuursubsidie

“De invoering van de regeling leidt tot helderheid over de ankerpunten van de sector, maar ook over de flexibiliteit van het Cultuurplan”, beschrijft het college in de Uitgangspuntennota. De RRKC onderschrijft dat het invoeren van een basisinfrastructuur een versterking kan zijn van het culturele veld. De Raad uit zijn zorgen over de snelheid waarmee het college de wijziging wil doorvoeren, namelijk al vanaf januari 2021. Het is een vergaande ingreep die vraagt om een heldere doelstelling en argumentatie. In Amsterdam werd eerst een proefperiode ingesteld om te komen tot een toetsing van de BIS op basis van artistieke kwaliteit, ondernemerschap, internationale positionering, partnerschap en leiderschap.

Wat betekent dit voor de verdeling van het Cultuurplan

In het advies vraagt de Raad zich af wat dit betekent voor het Cultuurplanbudget. In het Cultuurplan staat de verdeling van de meerjarige cultuursubsidies, hiervoor doen culturele instellingen elke 4 jaar een aanvraag. Betekent dit dat er 62 miljoen beschikbaar komt voor de Rotterdamse Culturele Basis en er 22 miljoen overblijft voor het Cultuurplan? De RRKC constateert dat er een verschil is tussen het ambitieniveau in de Uitgangspuntennota en het beschikbare budget. De Raad vindt dat er meer geld moet komen voor kleinere instellingen en initiatieven.

Geef ruimte voor vernieuwing

De RRKC is voorstander van een inhoudelijke en integrale benadering van het gehele Rotterdamse culturele veld, waarin grote en kleine instellingen worden beoordeeld op basis van hun artistieke en culturele waarde, hun bedrijfsvoering en hun bijdrage aan de ontwikkeling van de stad. De RRKC is ook van mening dat de administratieve last die culturele instellingen ervaren bij het aanvragen van subsidie verlicht moet worden. Een hervorming van de cultuursubsidies kan hieraan bijdragen. De RRKC maakt op uit de Uitgangspuntennota dat het college instellingen kiest voor een Rotterdamse Culturele Basis op basis van schaalgrootte, publieksbereik, de hoogte van de subsidie en de historische betekenis.

Neem de tijd

De RRKC adviseert om niet op dit moment, vlak voor een nieuwe Cultuurplanperiode een Rotterdamse Culturele Basis in te voeren. Gebruik de Cultuurplanperiode 2021-2024 om tot een beter onderbouwd plan te komen. Formuleer hoe de Rotterdamse Culturele Basis bijdraagt aan een op de toekomstgerichte verandering. Zorg voor een goede afstemming met het culturele veld over de inhoudelijke criteria en een haalbare fasering. De RRKC blijft graag betrokken in de voorbereiding van een Rotterdamse Culturele Basis in de toekomst.

 

Advies

Dit zijn de belangrijkste trends voor het Rotterdamse cultuurbeleid


Trends in de Rotterdamse cultuursector: Inclusiviteit, Innovatie, Interconnectiviteit

Elke vier jaar brengt de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) de sectoranalyse uit als voor bereiding op de keuzes die de gemeente Rotterdam maakt voor de meerjarige cultuursubsidies in het Cultuurplan.

Dit keer geeft de RRKC geen uitgebreide analyse van de stand van zaken binnen alle disciplines van de Rotterdamse cultuursector. De Raad kiest er dit keer voor om over drie thema’s beschouwingen te doen: inclusiviteit, innovatie en interconnectiviteit. Dit zijn onderwerpen die een plek krijgen in het stedelijk cultuurbeleid voorde periode 2021-2024.

Inclusiviteit

In Rotterdam volgen 58.000 jongeren een MBO-opleiding. Daarvan wonen er 20.000 in Rotterdam. Binnen de (kunst)opleidingen van het Albeda College bereiden toekomstige cultuurprofessionals hun entree in de culturele sector voor. De RRKC sprak met hen over hun wensen en ideeën over kunst en cultuur in de stad. Dit zijn de belangrijkste punten die ze de Raad meegaven.

  • Investeer in interdisciplinaire en creatieve broedplaatsen. Creatieve jongeren hebben behoefte aan betaalbare of kosteloze repetitie-, werk- en ontmoetingsruimten. Hier kunnen nieuwe makers nieuwe samenwerkingen vinden, hebben ze ruimte om te experimenteren en hun werk laagdrempelig te presenteren. Maak inzichtelijk welke faciliteiten en expertise de verschillende instellingen te bieden hebben zodat de jonge generatie hier gebruik van kan maken, en andersom.
  • Help studenten van kunstvakopleidingen en afgestudeerde makers de weg te vinden naar fondsen en subsidies. Bied een speciaal fonds aan waar ook studenten een aanvraag kunnen doen voor initiatieven op gebied van kunst en cultuur. Ontwikkel een speciale desk, en de mogelijkheid tot pitches.
  • Vergroot de zichtbaarheid van en vindbaarheid tussen het bestaande aanbod voor en door deze doelgroep. Investeer in cultuurambassadeurs als schakels tussen het aanbod en de MBO-studenten, het liefst per wijk omdat de ambassadeurs dan actief kunnen inspelen op wat er leeft. Ontwikkel een online platform voor de doelgroep creatieve studenten en jonge makers waar ook het aanbod van kleinere makers op te vinden is.

Innovatie

De gemeente kan innovatie binnen de creatieve sector richting geven en bevorderen. De RRKC doet hiervoor de volgende aanbevelingen.

  • Stel een innovatieagenda op voor de Rotterdamse creatieve industrie. Formuleer hierin de uitdagingen voor de creatieve sector. Bepaal een missie en visie, heldere meetbare doelen en randvoorwaarden.
  • Creëer fysieke en mentale ruimte voor kunstenaars en ontwerpers.
  • Vernieuw het subsidiebeleid. Verlaag de regeldruk bij het aanvragen van subsidies, sluit aan bij nieuwe financieringsvormen en stel een innovatiebudget vast.

Interconnectiviteit

Dit is een centraal thema uit het advies dat de International Advisory Board extra (IABx) in 2017 uitbracht over de potentie en zichtbaarheid van het Rotterdamse culturele veld. De RRKC definieert het begrip als volgt: interconnectiviteit is toegevoegde waarde maken door samenwerking.

Hoe wordt 1 + 1 = 3 ?

  • Interconnectiviteit kan de zichtbaarheid van de cultuursector en de cultuurproductie vergroten als organisaties gaan samenwerken.
  • Interconnectiviteit kan de bijdrage van de cultuursector aan sociale, culturele, economische en ruimtelijke ontwikkeling van Rotterdam vergroten
  • Creatieve bedrijven hebben iets te bieden aan de ontwikkeling van hun stad en hun burgers. Faciliteer organisaties en plekken die de verbinding leggen tussen de directe bedrijfsvoering van het bedrijf en de creatieve, sociale stedelijke omgeving.
  • Bevorder interconnectiviteit met daarop gerichte instrumenten als mediators, matchmakers, gebiedsgerichte samenwerking, netwerkorganisaties die onderzoek, ontwikkeling en co-creatie als kerntaak hebben en evenementen waarin wordt samengewerkt.
  • Nodig het culturele veld uit om aansluiting te maken met de speerpunten uit het gemeentelijk coalitieprogramma.