Gepubliceerd op:

3 december 2019

Directeur WORM over interconnectiviteit


Janpier Brands
Foto: Krijn van Noordwijk

Janpier Brands: Over Interconnectivity, één van de kernbegrippen die de gemeente Rotterdam in haar uitgangspunten voor het cultuurplan 2021-2024 heeft geformuleerd, is van alles te zeggen. In dit kader beperk ik me tot twee dingen: interconnectiviteit als stedelijke motor en de noodzaak voor integrale regie. Uiteraard concludeer ik dat de beurs zal moeten worden getrokken.

Interconnectiviteit gaat over het idee dat alles met alles verbonden is. Marshall McLuhan sprak in 1959 al over ‘the Global Village’, Zygmunt Bouman eind jaren 90 over een ‘vloeibare moderniteit’. Voor sommigen een utopie/dystopie – The Internet of Things – voor anderen een dagelijkse struggle om overeind te blijven in een voortrazende ‘(dis)connected’ wereld. De maatschappij is gekanteld – of versplinterd – van een piramide – een brede basis en een smalle top- naar een netwerk: talloze min of meer verbonden eenheden die oneindige mogelijke connecties door elkaar bewegen, in elkaar vloeien en uit elkaar spatten. Niets staat vast, alles beweegt. Zonder regie is het duidelijk wat de consequentie is: degenen met privileges en posities zijn de winnaars, degenen zonder de verliezers.

In ‘Rotterdam, stay close to what you are’, het rapport uit 2017 van de IABx, speelt het begrip Interconnectivity een belangrijke rol. De IABx ziet de interconnectieve maatschappij als een gegeven en stelt dat de Rotterdamse cultuurwereld nog onvoldoende in staat is hierin te acteren. Daarbij ziet the Board interconnectiviteit als méér dan samenwerking, namelijk als een ‘intense collaboration within the sector and with other stakeholders’. Het gaat om het besef van – en de sensitiviteit voor – handelen in het gehele stedelijke ecosysteem.

Specifieke aandacht besteedt de IABx aan de grassroots, die bestaat uit kleinere instellingen in de stad, maar ook en vooral informele organisaties, culturele/maatschappelijke sleutelfiguren en de underground.

Ik ben erg enthousiast over de ideeën van The Board achter interconnectiviteit en ben blij dat de wethouder dit begrip zo nadrukkelijk in de cultuurnota noemt. Daarbij kan het wat mij betreft niet genoeg benadrukt worden dat juist de kleine organisaties de energie leveren aan het stedelijke ecosysteem. Interconnectiviteit – anderen zouden zeggen ‘hosselen’ of ’sjacheren’ – is een intrinsieke competentie en uit noodzaak geboren, domweg om te kunnen blijven voortbestaan. Het gaat om het delen van ruimte, kennis, vaardigheden, mensen en dingen – waardoor nieuwe kennis ontstaat, cultuur zich vernieuwd en Rotterdammers elkaar tegenkomen. Hier wordt al sinds jaar en dag – en zeker sinds de bezuinigingen op zo’n beetje alle publieke instellingen sinds de jaren 90 van de vorige eeuw – werk gemaakt van cohesie, solidariteit en veerkracht.

In dit netwerk worden de skills ontwikkeld die nodig zijn in de interconnectieve wereld. Onderwijs, sociaal werk, kleine ondernemingen, startups, zorg, sport en cultuur hebben elkaar daar allang gevonden. Daarbij zijn de sleutelfiguren uit deze netwerken de mensen die deze stad keihard nodig heeft. Bruggen bouwen, van niets iets maken, inclusie, daadwerkelijk de kwaliteit van het leven verbeteren: hier gebeurt het, vaak tegen de klippen op.

Dit gegeven wordt nauwelijks erkend – het hoort niet tot de canon en er zal geen cruiseschip extra voor afmeren – en nauwelijks betaald – want ze redden zichzelf toch? Dit is een misverstand. Om de potentie van de interconnectieve kwaliteit van informeel Rotterdam te ontwikkelen, zijn er miljoenen nodig. Waarom? Om lucht te geven aan de instellingen, om competenties te ontwikkelen en over te dragen, om nieuwe activiteiten mogelijk te maken, maar vooral om voor kleine en informele organisaties een gelijk speelveld te creëren, zonder afhankelijk te zijn van de grote spelers in de stad. Ruimte om vanuit de natuurlijke interconnectieve kwaliteit van deze organisaties bij te dragen aan de ontwikkeling van onze stad.

Dat brengt me op het volgende punt: de rol van ons gemeentebestuur. In het IABx-rapport valt hier veel over te lezen, met als kern: Rotterdam moet integraal beleid maken vanuit alle vijf strategic pillars – economisch, social, ecologisch, ruimtelijk en cultureel. Daarbij wordt een inspiratiebron gegeven: Agenda 21 Culture. Hierin wordt ‘de culturele dimensie’ verbonden aan de 2030 agenda van de Verenigde Naties. Een fantastisch perspectief en van cruciaal belang.

Des te teleurstellender is het dat ons gemeentebestuur uiteindelijk maar tot een zeer schrale uitwerking van de gedachtelijn van de IABx is gekomen. Van de geadviseerde integraal sectorale benadering lijkt vooralsnog helemaal niets terecht te zijn gekomen. Er is nauwelijks aandacht in de uitgangspuntennota over een integrale visie, en al helemaal niet over een collectief samengestelde investeringspot. Er vallen wat woorden over ‘levendigheid’, ‘aantrekkelijkheid’, ’toerisme’ en dat de cultuursector ‘waarde toevoegt aan andere sectoren’. Om dit te ‘versterken’ is er ruimte gemaakt in ‘enkele plusprogramma’s’, waarbij we inmiddels weten dat het over € 750.000,- gaat, die vermoedelijk in de vorm van projectsubsidie zal worden verdeeld.

Ik heb het idee dat het wezenlijke punt wordt gemist: het gaat niet om projecten, het gaat om praktijk. Het gaat niet om ‘aantrekkelijkheid’, het gaat om de levenskwaliteit van Rotterdammers. Het gaat niet over ‘sectoren’: sectoraal denken hebben we in de interconnectieve wereld achter ons gelaten. Het gaat niet over 2021-2024: het gaat over onze gezamenlijke toekomst

Kom op college! Dat kan en moet beter. Cultuur ‘draagt niet bij aan andere sectoren’, in een goed werkend ecosysteem versterken sectoren elkaar per definitie. Gebruik de goede krachten die er al zijn en die te vinden zijn in de dagelijkse praktijk van de stad. Versterk en versnel deze praktijk door ruimhartig geld ter beschikking te stellen. Wees krachtig in je visie, wees streng, maar beweeg tegelijkertijd mee. Voer milde regie op de uitvoering maar blijf ook voldoende op de achtergrond. Verbind je aan de mensen die dagelijks elkaar opzoeken om van niets iets te maken, die elkaar steunen en die zo nieuwe wegen vinden. Doe wat je moet doen in de interconnectieve stad.

Janpier Brands
algemeen directeur WORM

Relevant nieuws
Tagsinterconnectiviteit