Lezing door dr. Tijl Sunier: Caleidoscoop van de poldermoslims over de gevaren van polarisatie en mythevorming in het islamdebat.
Zaal de Unie, vrijdag 16 september 2005

Debat met: Fatima Lamkharrat, opbouwwerkster Sonor; Mohammed Talbi, woordvoerder Samenwerkende Rotterdamse Marokkaanse organisaties en dr Thijl Sunier, cultureel antropoloog Universiteit van Amsterdam
Gesprekleider: Maarten Huygen, redacteur NRC-handelsblad

De debatten rond de islam zijn verworden tot een tweekampen strijd. Mohammed B. en Hirsi Ali zijn de twee tegenpolen die symbool staan voor enerzijds geloofsfanatisme en anderzijds goede integratie. Ben je het Mohammed B. eens als je een hoofddoek draagt? Vind je Submission prijzenswaardig als je er geen draagt? Tussen de twee uitersten bevinden zich vele nuances die in de discussie geen stem krijgen. Dit is merkwaardig in een samenleving die in al zijn facetten individualistisch is.

Hoewel de discussie rondom de islam in Nederland hevig en veelvuldig wordt gevoerd, ontbreekt het toch ergens aan, meent antropoloog Tijl Sunier. In zijn inleidende lezing wijst hij op de gevaren van de mate waarin het islamdebat is gepolariseerd. Hij ziet in de huidige discussie geen genuanceerd beeld van de islam ontstaan, maar een vereenvoudigde voorstelling van zaken. Het islamdebat is volgens hem opgedeeld in twee uitersten met aan de ene kant van het spectrum Mohammed B., als moslimfundamentalist, en aan de andere zijde Hirsi Ali als verlicht mens en toonbeeld van goede integratie.
Sunier: "Het zijn tegenpolen, die twee en zo worden ze ook voortdurend gepresenteerd. Het zijn haast iconen, knuffelberen van twee denkwijzen geworden." Het is een te simpele voorstelling van zaken, oordeelt hij. "Zij zijn boodschapper geworden van twee denkwijzen van moslims in Europa, maar de boodschap is hen gaan overstemmen. In de media worden ze aangehaald als karikaturen die slechts iets verkondigen. Er wordt niet gekeken naar wie zij zijn en waarom zij zeggen wat zij zeggen en hoe zij tot hun daden zijn gekomen." Daden die, erkent Sunier ruimschoots, in geen verhouding tot elkaar staan. Mohammed B. vermoordde Theo van Gogh omdat hij kritiek uitte op de islam. Hirsi Ali maakte met Submission een provocerende film door koranteksten op vrouwenlichamen te laten schilderen. Sunier: "Wat B. heeft gedaan is niet te rechtvaardigen, maar een vergelijking tussen hen gaat wel op."
Dat beiden tot louter 'boodschappers' bestempeld zijn, heeft volgens de antropoloog te maken met onze protestants-christelijke traditie. Sunier: "Het is hier immers de gewoonte om de nadruk op 'het woord' te leggen. Wie het woord overdraagt, is van geen belang. Het individu is een moralistisch werktuig van in het ene geval een religieuze overtuiging en het andere van een verlicht wereldbeeld."
Toch zijn niet alleen anderen daar schuldig aan, want, zo signaleert hij, Hirsi Ali en Mohammed B. zijn zich er ook naar gaan gedragen. Zij rechtvaardigt haar strijd door te wijzen op 'de zaak'. En hij verwijst naar de koran. "'Ik sta hier, ik kan niet anders.' Ze leggen zelf dus ook een direct verband tussen het woord en de daad," aldus Sunier.
Het gevaar van deze vereenvoudiging schuilt volgens Sunier hierin: "Als je hen reduceert tot louter uitvoerders van een daad, dan mis je wat. Je kan gaan denken dat alleen de inhoud van hun boodschap ertoe doet en uiterlijke kenmerken niet. Het schuift hun persoonlijke inbreng naar de achtergrond." En juist die persoonlijke inbreng en die uiterlijkheden zijn in de huidige geïndividualiseerde samenleving van groot belang.
Waarom wordt Mohammed B. en Hirsi Ali dan hun identiteit afgenomen? Sunier: "Ze zijn verworden tot karikaturen van een stellige mening. Wij zien hen zoals wij ze graag willen zien. Dat alleen biedt ons houvast en zorgt voor een verklaring voor hun daden. Maar we leven in een tijd waarin je als individu leeft. Je kiest ook zelf je levensovertuiging of religie. Dit krijg je niet meer mee van huis uit. Je kiest zelf. Die individuele overtuiging is kenmerkend voor deze tijd, maar wordt in de islamdiscussie vergeten."
Gevolg is een karikaturaal beeld van twee tegenpolen. Sunier wijst er tevens op dat studies die dit aspect wel zouden meewegen inzicht zouden kunnen geven in de positie van de islam in de Nederlandse samenleving. Sunier neemt een proef op de som: "Het zijn beide solisten," constateert hij als eerste. "Ook hebben ze beide een hang naar authenticiteit. Ze doorbreken taboes en laten zich ook hierin niet leiden door anderen." Tot slot wijst hij ook nog op het beeldende aspect in hun beider daden. Mohammed B. erkende later dat hij door de politie gedood had willen worden in een vuurgevecht. Een dramatisch einde na die gewelddadige daad. De aanslag als bewegingstheater. En Hirsi Ali; zij gebruikt film om haar boodschap te verkondigen. Een rauwe en expliciete film.
"Dit zijn veelzeggende kenmerken." Sunier concludeert dat het dus wel degelijk van belang is de personen mee te wegen bij het vertellen van hun boodschap, immers "het zijn niet alleen rationele criteria die gelden, ook de denkbeelden en omstandigheden van de boodschapper zijn er onderdeel van."

Sunier lijkt hiermee te wijzen op de persoonlijke belevenis van godsdienst en levensovertuiging, maar is dit niet altijd al een persoonlijke ervaring geweest? Sunier: "Jawel, maar tegenwoordig zoeken jongeren het veel meer zelf uit. Zo'n daad van B. was ook een gevolg van zijn persoonlijke geloofsbelevenis. Het wil helemaal niet zeggen dat er een verklaring voor in de koran staat. Hij voelde dat hij het zo moest doen en deed het. Maar toch vind je dit aspect van zeer persoonlijke beleven niet in het debat terug. In de debatten gaat het om de vraag ben je afvallig of extreem. Ben je voor of tegen B.? Al die mensen met een andere mening herkennen zichzelf niet. Daarmee doe je een hele hoop mensen tekort."
Maar is het dan de bedoeling om het in discussies over personen te gaan hebben? Je snijdt toch iets aan om het onderwerp ter discussie te stellen? Het gaat toch om principes? Sunier: "Motieven kunnen heel anders zijn. Bij de hoofddoekdiscussies is niet de uitkomst belangrijk, maar de reden van wel of geen hoofddoek dragen. Nu is het een statement, vijftien jaar geleden ging het meer om onderhandeling van moslims om hun plaats verkrijgen in de samenleving. Dat is een inhoudelijk verschil."
Volgens opbouwwerkster Fatima Lamkharrat is de dubbele moraal die in de samenleving heerst een extra moeilijkheid voor een genuanceerde beeldvorming. Lamkharrat: "Vanuit de samenleving wordt je afgerekend op je individuele prestaties - wat ben ik als Fatima waard in mijn omgeving? -, maar aan de andere kant wordt je gezien als onderdeel van een groep. Ik vind het lastig om daartussen te schakelen. Hoe ga je daar mee om?"
LEES VERDER IN HET PDF BESTAND HIERONDER.
 print

zoeken