Woensdag, 4 februari 20.00
Interviewer in deze reeks is Wilma Ruis, trainer en adviseur bij organisatie- en adviesbureau De Beuk. In dit tweede deel ontvangt zij als gesprekspartner Hugo Bongers, secretaris van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur.
‘Kinderen hoef je niet met Pissed Christ van Serrano te confronteren’
‘Al veertig jaar probeer ik de tegen elkaar aan schurende overheid en kunstsector met elkaar in harmonie te brengen.’ Een betere synopsis van het leven van kunstadept Hugo Bongers is welhaast niet te geven. Begin februari mocht Bongers, ook secretaris van de RRKC, vertellen over grote kunst die geciteerd blijft worden, over zijn beginnende reserve tegen politiek-controversiële kunst en het roemruchte RRKC-kunstadvies van vorig jaar voor Rotterdam. ‘We werden met een onmogelijke taak op pad gestuurd en hebben het gewoon goed gedaan.’
Wilma Ruis van adviesbureau De Beuk hoefde 4 februari in De Unie weinig moeite te doen om Bongers aan het praten te krijgen. ‘Ik hoef alleen maar een knopje bij je in te drukken’, zei ze tegen de oud-directeur van Boijmans van Beuningen die jaarlijks ‘vele honderden’ tentoonstellingen bezoekt. Niet verwonderlijk, want al vanaf zijn twaalfde eet, drinkt en ademt Bongers kunst. Op 12-jarige leeftijd besloot hij kunstrecensent te worden en mocht hij schrijven voor de jeugdpagina van de Delftse Courant. Als knulletje van 15 jaar deed hij zijn intrede in de kunstwereld toen hij in dienst van het grondbedrijf van de gemeente Delft kunstenaars moest zoeken voor lege panden. Enkele jaren later richtte hij kunstpodia op als Eland in Delft, maakte kennis met de experimentele films van Frans Zwartjes en kunstenaars als Jan Schoonhoven. Ook stond hij eind jaren zeventig aan de wieg van nieuwe kunstvormen als video-art. Omdat hij een goed communicator bleek en mensen bij elkaar wist te brengen, kwam hij al snel terecht in kunstraden en –besturen. Hij werkte in tal van musea en zit nu in de landelijke kunstcommissie en geeft ook het Rotterdamse kunstbeleid vorm.
Er is de zinnelijke Hugo Bongers die zich dag en nacht laaft aan ‘Grote Kunst’ en er is de rationele Hugo Bongers die keurig wikt en weegt welke kunst voor subsidie in aanmerking komt. Zijn decennialange adviseursfunctie belemmert zijn onbevangen kijk op kunst soms, vertelt hij. ‘Ik ben gewend op een talige manier naar kunst te kijken. De taal zit de kunst in de weg, als een scherm dat tussen mij en de kunst staat.’ Het is dan ook niet verrassend dat Bongers houdt van kunst die heftige emoties oproept. Als Wilma Ruis hem vraagt naar voorbeelden noemt hij onmiddellijk de Britse schilder Francis Bacon. Zijn oeuvre dat piekte tussen de jaren vijftig en zeventig is compromisloos, shockerend en aangrijpend.
Volgens Bongers is sprake van grote kunst als kunst geciteerd blijft worden, zoals bij Bacon maar ook bij de Russische filmers Eisenstein en Tarkovski. ‘Dergelijke kunst blijft in communicatieve kracht overeind, omdat kunstenaars er telkens nieuwe en diepere betekenislagen in vinden. Hun grootste inspiratiebron is de geschiedenis. Elk kunstuiting is namelijk een reactie op een voorgaand kunstwerk. Door communicatie binnen een kunstoeuvre, binnen een kunstenaarscollectief, maar ook tussen generaties vernieuwen kunstenaars zichzelf, vinden ze een eigen vorm en taal.’
Ter illustratie: Francis Bacon refereert met zijn reproductie van paus Innocentius X aan het schilderij uit 1650 van Diego Velasquez, legt Bongers uit. ‘De paus is in de versie van Bacon een geketende, opgesloten, eenzame man die, zo lijkt het, geëlektrocuteerd wordt. Bacon heeft zich in zijn ook kunst ook laten inspireren door de Russische filmer Sergej Eisenstein. Vooral de beroemde trappenscene in de film Pantserkruiser Potemkin (spreek uit: Patjomkin) trof hem en vele anderen als een mokerslag. De scene waarin een moeder wordt doodgeschoten en haar kinderwagen van de trappen dendert is cruciaal. De intensiteit van die scene wordt nog groter door de weergaloze filmvoering en de indrukwekkende muziek van Prokovjev. Ikzelf heb die trappenscene wel vijftien keer gezien, beeld na beeld. Eisenstein had zich voor deze film weer laten inspireren door schilderijen van Romeinse veldslagen. Weer zestig jaar later citeerde Brian de Palma in The Untouchables bijna letterlijk uit Pantserkruiser Potemkin als hij een kinderwagen laat vallen op de trappen van Grand Central in New York. Zonder geschiedenis geen grote kunst, kun je zeggen.’
LEES VERDER IN HET PDF VERSLAG HIERONDER