CONFETTI debat op 17 juni 2008.
Dakterras Engels
CONFETTI, de jongerenredactie van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur, organiseerde een tweeluik over jongeren, identiteit en de multiculturele samenleving. In de eerste bijeenkomst Wie zijn wij? op dinsdag 27 mei om 20.00 uur stond de ontmoeting centraal. Jongeren spraken met elkaar over het gevoel of zij deel uitmaken van een gemeenschappelijk wij. In het tweede debat Moeten we bang zijn voor elkaar? werd deze vraag getoetst aan een recent onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam waaruit blijkt dat segregatie onder jongeren toeneemt.
Met: Han Entzinger, hoogleraar integratie- en migratiestudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteur van De lat steeds hoger; de leefwereld van jongeren in een multi-etnische stad; Mohammed Cheppih, voormalig voorzitter van de Nederlandse tak van de Moslim Wereld Liga en initiatiefnemer van de Poldermoskee en Lloyd Beaton, directeur van Villa Heerlijkheid.
Moderator: Liesbeth Levy.
Integratie zou een proces met een eindstreep moeten zijn, maar de praktijk wijst anders uit. In Nederland heb je er als allochtoon namelijk een levenstaak aan. Neem alleen al het etiket dat je van je “autochtone” landgenoten opgeplakt krijgt. En wat te denken van de lat die ze steeds hoger leggen. Als jonge Turk, Marokkaan, allochtoon, mag je aan alle objectieve integratievoorwaarden voldoen, goed doe je het nooit. ‘Blanke Nederlanders lijken te denken dat integratie éénrichtingsverkeer is.’
Moeten we bang zijn voor elkaar? Nee, het “moet” niet, maar we zijn het wel. Of beter: de autochtone Nederlander lijkt bevreesd voor zijn nieuwe landgenoten, voor de allochtoon, voor de islam. Dat is ook de boodschap van het vorig jaar verschenen boek Denken in een tijd van sociale hypochondrie: aanzet tot een theorie voorbij de maatschappij. Het boek van socioloog Willem Schinkel is een analyse van het integratiedebat in Nederland en de toestand van ons land in het algemeen. Die is gespannen, meent Schinkel, en onze stemming is die van een hypochondrische patiënt. Dat wil zeggen: we zijn somber, negatief, neerslachtig. Nederland verkeert in een toestand waarin we enkel problemen zien, geen oplossingen. We denken aan regen, terwijl het droog is. We zien spoken waar ze niet zijn. Zo staat het land in rep en roer als het over boerka’s gaat en vrouwen die weigeren handen te schudden. In werkelijkheid is er nauwelijks een boerka op straat te zien en het aantal vrouwen en imams dat geen andere vrouw de hand schudt, is op één hand te tellen. Een maatschappij die zo gespannen met dit soort zaken omgaat is, meent Schinkel, “een paranoïde patiënt zonder zelfvertrouwen.” (De Groene Amsterdammer, 14-12-2007).
Vanavond organiseert Confetti het debat “Moeten wij bang zijn voor elkaar?” waarin ook de angst voor de ander centraal staat. De “wij” uit de titel verwijst naar ons stadsgenoten, allochtonen en autochtonen, moslims en niet-moslims, oude en nieuwe Nederlanders. Aanleiding is het onlangs verschenen onderzoek van de Erasmusuniversiteit De lat steeds hoger. Dit onderzoek concludeert dat objectief gezien de integratie van Turken en Marokkanen goed verloopt, maar desondanks blijft de (blanke) Nederlandse samenleving een groot wantrouwen koesteren jegens de islam, dus: jegens de Turken en Marokkanen.
LEES VERDER HET PDF BESTAND HIERONDER