Lezing: 'De lange rand van de afgrond' door Sjoerd de Jong, adjunct-hoofdredacteur NRC Handelsblad, waarin het doemdenken over de moderne Westerse cultuur aan de kant wordt geschoven
Donderdag 26 januari 2006, Zaal de Unie
De democratische rechtsstaat wordt bedreigd en Sjoerd de Jong heeft de pen ter hand genomen om haar te verdedigen in deze tijd van onbehagen. Er zijn haarden van verzet, zegt hij, zoals de Hofstadgroep. De Jong citeert Samir A.: 'Wij verwerpen jullie systeem.' Maar denk ook aan Finsterwolde, waar de communistische partij aan aanhang wint. Al zijn er geduchtere tegenstanders. Wie? De neo-conservatieven, al zou de Jong deze groep cultuurcritici liever revolutionairen willen noemen. De Jong: "Neem de Groep Wilders. Zij zeggen: alles is corrupt, niemand deugt, alles moet anders." Die revolutiekoorts bestrijdt hij, want het is staren in de afgrond. En die afgrond is er niet.
Het had een confrontatie moeten worden. Sjoerd de Jong zou de conservatieve cultuurpessimisten bekritiseren en Bart Jan Spruyt, voormalig directeur van de Edmund Burke Stichting en thans partijideoloog van de Groep Wilders, zou De Jong hoofdschuddend hebben aangehoord en iets gezegd hebben als "U heeft het mis." Maar het loopt anders. Spruyt belde af. Hij vond dat hij te weinig tijd had gehad om zich op het debat voor te bereiden. Sjoerd de Jong zet zijn gedachten desondanks uiteen.
De kritiek op de moderne westerse samenleving, is aldus De Jong, niet mals. De cultuurpessimisten lijken de huidige samenleving af te wijzen. Sinds de Verlichting is de mens steeds meer gaan leven in de duisternis. De rol en invloed van religie nam af en ontplooiing van het individu werd mogelijk. Het resulteerde volgens de critici in een samenleving zonder gedeelde waarden (dat wat mensen goed vinden, wat ze nastreven), geen binding met het vaderland, geen trots op de westerse cultuur, geen respect voor gezag.
LEES VERDER IN HET PDF BESTAND HIERONDER