Debat over kennis van het verleden, historisch figuurzagen en de toekomst van het geschiedenisonderwijs
Dinsdag 19 oktober 2004, Zaal de Unie
Hoe is het gesteld met het historisch bewustzijn in Nederland? Wat weten wij van onze geschiedenis en wat behoren wij erover te weten? Wat moeten scholen onderwijzen? De discussie hierover is oud en de opvattingen veranderen om de zoveel jaar. Drie geschiedenisfreaks geven hun visie op de zaak.
Met: Jan Marijnissen, Tweede Kamerlid SP; Gijsbert van Es, journalist NRC-Handelsblad en Hendrik Henrichs, (Universiteit Utrecht, leerstoel Cultuureducatie.
Moderator: Herman Belien.
Jan Marijnissen lijkt bij dit debat een vreemde een in de bijt. Hoewel politici altijd wel een boodschap te verkondigen hebben en het nooit kwaad kan om als vertegenwoordiger van je partij je neus te laten zien, moet hij hier, vanavond, zijn aanwezigheid verantwoorden. "Wat ik met geschiedenis heb?" zegt de oud lasser, "Ik heb er zelf een, van 52 jaar. En (op serieuze toon) ik hecht veel belang aan een goede kennis van het verleden. Met die kennis kun je oordelen, analyseren, zaken begrijpen. Je kunt er de toekomst mee vormen, omdat die in een traditie staat."
Voor journalist en adjunct-hoofdredacteur Van Es is zijn relatie duidelijk. Naast het wapenfeit dat hij 'gesjeesd' geschiedenisstudent was, is hij op de redactie van zijn krant het historisch geweten. Van Es: "De bijlage over de vaderlandse geschiedenis was door mij samengesteld en ik heb ook een boek geschreven met een opsomming van belangrijke jaartallen. Geschiedenis maakt het leven leuker. Die kennis zorgt ervoor dat je meer snapt, meer verbanden ziet." Voor Van Es is de geschiedenis de omgekeerde verrekijker: je blikt terug en ziet als het ware de tijdsbalk waarop we leven.
"Tja, waarom historisch besef," begint Henrichs. Lachend: "Reve schreef al: waarom cultuur als je lekker in je volkstuin wil spitten. Wat heb je eraan. Nee, zoals er een behoefte aan schoonheid is, is er ook een behoefte aan kennis van de geschiedenis. We gaan naar kastelen, wie willen dingen weten over het verleden van onze ouders, van onszelf. De behoefte is niet te ontkennen, maar de manier waarop we aan onze kennis komen en waar die kennis dan uit bestaat, dat is de belangrijke vraag. Volgens mij door verhalen."
Voor Marijnissen klinkt deze opmerking als muziek in de oren. "Wil je mensen iets leren, dan moet je het ze aanreiken, Verhalen zijn een prima vorm, die blijven hangen. Daardoor weet je hoe je ook weer verder moet" Maar als gepokt en gemazeld politicus lijkt juist in Den Haag 'beleid' eerder op paniekvoetbal, dan op het weloverwogen verder bouwen aan een land dat in een bepaalde traditie staat.
Van Es: "De enige partijen die dat consequent wel doen, zijn de SCP en de Christen-Unie."
Marijnissen: "Dat is waar. Er wordt in Den Haag veel te veel geregeerd met de waan van de dag. Van het idee dat je in de Tweede Kamer ook wel volop kunt discussiëren is helaas niets waar. Debat vindt er niet plaats. Het verleden, bijvoorbeeld bij het totstandkomen van de basisvorming, lijkt geen rol te spelen. Er is iemand met een idee, het idee wint aan aanhangers, er komt een stemming van: 'jongens, dit wordt het helemaal', maar de die plannen zijn vaak gebaseerd op een flinterdun rapportje. Hoe is het mogelijk?"
Ferry Wieringa, oktober 2004