Cultuurplan


De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur adviseert eens per vier jaar over het Rotterdamse Cultuurplan aan het college van burgemeester en wethouders.

Wat is het Cultuurplan?

Het Cultuurplan is het vierjarige subsidieprogramma voor kunst en cultuur van de gemeente Rotterdam. Een culturele instelling in het Cultuurplan ontvangt vier jaar lang jaarlijks een vast subsidiebedrag. Het college van burgemeester en wethouders probeert zo continuïteit en kwaliteit van het cultureel aanbod te ondersteunen. Het huidige Cultuurplan is het Cultuurplan 2017-2020, het volgende is het Cultuurplan 2021-2024.

Cultuurplanprocedure

Elke vier jaar bekijkt het college van b en w opnieuw welke culturele instellingen in aanmerking komen voor de structurele financiering in het kader van het Cultuurplan. De Raad stelt het Cultuurplanadvies op: een advies over alle afzonderlijke culturele instellingen en een integraal advies over het Cultuurplan als geheel.

Voordat een nieuw Cultuurplan van start gaat, moet een procedure van analyse, indiening, beoordeling, verdeling en vaststelling worden doorlopen. Deze Cultuurplanprocedure duurt twee jaar en culturele instellingen, de Raad, de gemeentelijke afdeling Sport & Cultuur, het college van b en w en de gemeenteraad doorlopen deze procedure. In de aanloop naar de Cultuurplanadvisering stelt de RRKC de Sectoranalyse samen, een inventarisatie en analyse van de Rotterdamse culturele sector op dat moment. Die wordt gevolgd door de Uitgangspuntennota, waarin de beleidskaders voor het komende Cultuurplan worden geschetst. Vervolgens ontvangt de Raad de adviesaanvraag van het college. De culturele instellingen leveren hun aanvragen in op de gestelde datum.

Voor de beoordeling van de afzonderlijke aanvragen stelt de Raad tijdelijke commissies in. De Raad geeft uiteindelijk een integraal Cultuurplanadvies af.

Vervolgens spreekt het college zich uit over het Cultuurplanadvies in het Verdelingsvoorstel. Tijdens de begrotingsbehandeling neemt de gemeenteraad uiteindelijk de beslissing over het volgende Cultuurplan.

Landelijke financiering

Naast de financiering door de lokale overheid, wordt ook op landelijk niveau elke vier jaar een afweging gemaakt over de financiering van kunst en cultuur. Het Rijk vraagt dan de Raad voor Cultuur te adviseren over de culturele instellingen die in de landelijke culturele basisinfrastructuur (BIS) moeten worden opgenomen. Daarnaast zorgen de landelijke fondsen met hun meerjarige subsidies en projectgelden voor vernieuwing en dynamiek in de cultuursector. Rotterdamse instellingen kunnen naast hun Cultuurplanaanvraag ook een aanvraag indienen bij de Rijksoverheid of bij een van de fondsen. Momenteel worden acht culturele instellingen in Rotterdam vanuit de landelijke basisinfrastructuur gefinancierd.

Verdeling Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving

Ook de landelijke Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving, de zogeheten BKV-gelden, wordt één keer per vier jaar verdeeld. In opdracht van het college van b en w geeft de Raad daarom gelijktijdig met het Cultuurplanadvies ook een advies over de aanvragen voor de Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving.

Cultuurplanadvies 2017-2020


RRKC heeft op 1 juni 2016 het cultuurplanadvies 2017-2020 uitgebracht.

De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur adviseert eens per vier jaar over het Rotterdamse Cultuurplan aan het college van burgemeester en wethouders. Het college van B&W heeft de RRKC gevraagd om de aanvragen te beoordelen op een aantal criteria. De belangrijkste daarvan zijn publieksbereik, vernieuwing en kwaliteit. De RRKC adviseert alle aanvragen met een positief oordeel op te nemen in het Cultuurplan 2017-2020.

De individuele instellingsadviezen zijn op alfabetische volgorde op te vragen. Navigeren is mogelijk door te klikken op de naam van de betreffende instelling. Links boven aan de pagina kunt u direct terugkeren naar de index instellingsadviezen A-Z of de algemene inhoudsopgave.

Download hier het volledige advies (update 14 juli 2016), of bekijk de video met de samenvatting.

Het Cultuurplantraject 2017-2020 kent de volgende fasen:


In het schema hieronder treft u per fase een omschrijving (inclusief indicatieve planning).
Overweegt u (voor het eerst) aan te vragen, meldt u zich dan bij de afdeling Cultuur van de Gemeente Rotterdam en bij ons (via rrkc@rrkc.nl of 010 433 58 33) voor een kennismakingsgesprek.

Voor vragen over de aanvraagprocedure kunt u contact opnemen met de afdeling Cultuur van de gemeente Rotterdam. Telefoon: 010-2671903, e-mail: sc_beleidsecretariaatcultuurmo@rotterdam.nl.

Voor vragen over de adviesprocedure kunt u contact opnemen met ons, via 010- 4335833 of via rrkc@rrkc.nl.
Uit ervaring weten we dat via een telefonisch gesprek sneller een adequaat antwoord gegeven kan worden. Stuurt u een vraag per e-mail, vergeet dan niet het telefoonnummer te vermelden waar u bereikbaar bent.

Belangrijke documenten voor de Cultuurplanaanvraag:

Fasering

(feb – nov 2015)

Februari 2015
Sectoranalyse
In februari heeft de RRKC de Sectoranalyse 2015 "De kracht van Rotterdam: kunst en cultuur" uitgebracht. Ter voorbereiding daarop organiseerde de Raad in het najaar van 2014 bijeenkomsten met de sector en de stad. De Sectoranalyse schetst de stand van zaken van de Rotterdamse culturele sector anno 2015. Daarnaast worden aanbevelingen gedaan aan makers en culturele instellingen en de gemeente.

Juni 2015
Uitgangspuntennota
In juni is de Uitgangspuntennota van het College van B&W verschenen. De nota is een toekomstvisie voor het cultuurbeleid. Zij vormt het uitgangspunt voor de vierjaarlijkse subsidiëring in het kader van het Cultuurplan. De Uitgangspuntennota voor het Cultuurplan 2017-2020 is in co-creatie met het Directeurenoverleg (DO) en de RRKC opgesteld. Op verzoek van de gemeenteraad heeft het College van B&W een aanvullend visiedocument geschreven bij de Uitgangspuntennota. Deze twee documenten vormen samen het beleidskader voor de subsidiëring van het Cultuurplan en zijn op 5 november door de gemeenteraad vastgesteld.

November 2015
Inrichtingseisen
Na vaststelling van de Uitgangspuntennota en het aanvullende visiedocument door de gemeenteraad worden de Inrichtingseisen vastgesteld door het College van B&W. De Inrichtingseisen vormen een concretisering van de uitgangspunten. Zij vormen het formele kader van de subsidiebeoordeling. De eisen beschrijven waaraan een subsidieaanvraag voor 2017-2020 moet voldoen. Onderdeel van de inrichtingseisen is het meerjarenbeleidsplan. Dit plan vormt de inhoudelijke kern van de subsidieaanvraag.

November 2015
Adviesaanvraag
Een volgende belangrijke stap in het proces is de Adviesaanvraag aan de RRKC. Het College van B&W stelt deze op. In de Adviesaanvraag beschrijft het College van welke expertise van de RRKC zij gebruik wil maken. Het College beschrijft haar beleidsspeerpunten en verzoekt de RRKC op basis daarvan een oordeel te geven over de ingediende aanvragen. Het College geeft ook het financieel kader mee.

November 2015
Werkwijze RRKC Advisering Cultuurplan 2017-2020
Bij de advisering van het Cultuurplan wordt de RRKC ondersteund door commissies. U kunt hierboven een overzicht met de samenstelling van de commissies downloaden. Na ontvangst van de Adviesaanvraag stelt de RRKC het Beoordelingskader op.
De beoordeling van de subsidie-aanvragen voor het Cultuurplan 2017-2020 door de RRKC kent drie stappen.

Stap 1
De subsidie-aanvragen worden door de betreffende disciplinecommissies Individueel op hun eigen merites beoordeeld (absoluut oordeel over de instelling).
Stap 2
De subsidie-aanvragen worden door twee overkoepelende commissies in samenhang bekeken op hun betekenis voor Rotterdam (relatief oordeel).
Stap 3
De RRKC formuleert het Cultuurplanadvies.

(dec 2015 - jan 2016)

Aanvraagperiode
Vanaf 1 december 2015 tot 1 februari 2016 kunnen de instellingen die in aanmerking willen komen voor financiering binnen het Cultuurplan 2017-2020 hun aanvraag indienen bij de gemeente. Hebt u een vraag of wilt u meer informatie?

Dan kunt u contact opnemen met de afdeling Cultuur van de gemeente Rotterdam. Telefoon: 010-2671903, e-mail: sc_beleidsecretariaatcultuurmo@rotterdam.nl.

(feb – mei 2016)

Beoordeling
De RRKC beoordeelt met hulp van commissies van deskundigen alle binnengekomen aanvragen. Deze worden beoordeeld aan de hand van het Beoordelingskader.

Advies
De beoordeling van de individuele aanvragen en een integrale beoordeling worden beschreven in het Advies. Dit Advies wordt uiterlijk op 1 juni 2016 aangeboden aan het College van B&W.

(juni – dec 2016)

Juni- September 2016
Verdelingsvoorstel
Het College van B&W reageert op het Advies van de RRKC en maakt een verdelingsvoorstel. Dit verdelingsvoorstel beschrijft de verdeling van het beschikbare budget over de aanvragers.

November 2016
Begrotingsbehandeling
Tijdens de begrotingsbehandeling in november 2016 neemt de gemeenteraad de definitieve beslissing over de hoogte en verdeling van het Cultuurplanbudget.

December 2016
Subsidietoewijzing en -afwijzing
Na bespreking in de gemeenteraad worden de subsidietoekenningen en –afwijzingen verstuurd naar de aanvragers.

Cultuurplanadvies 2013-2016


Inleiding
In 2012 adviseert de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur over het Cultuurplan 2013-2016. Het college van burgemeester en wethouders stelt 77,25 miljoen euro per jaar beschikbaar voor het Cultuurplan. 109 culturele instellingen vragen vervolgens samen 102,2 miljoen euro per jaar aan. De Raad adviseert welke culturele instellingen voor welk bedrag moeten worden opgenomen in het Cultuurplan. Ondernemerschap en het DNA van de stad zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De uitgangspunten zijn in 2011 door het college bepaald in de Uitgangspuntennota voor het Rotterdamse cultuurbeleid 2013 – 2016, Midden in de Stad.

Burgerparticipatie
In deze Cultuurplanprocedure vraagt de Raad op verzoek van de gemeenteraad (motie Oosterhoff ‘Burgerparticipatie in het Cultuurplan’) ook naar de mening van Rotterdammers. Dat doet de Raad via een online onderzoek van het Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS, nu Onderzoek en Business Intelligence). Ook organiseert de Raad debatten over cultuurdeelname en –wensen van jongeren. Over de participatie van Rotterdammers in het Cultuurplanproces, publiceerde de Raad in 2010 een advies.

Advies
De afzonderlijke aanvragen voor het Cultuurplan worden door commissies beoordeeld. Download hier een overzicht van de samenstelling van deze commissies. De Raad maakt vervolgens een integrale afweging en publiceert het Cultuurplanadvies 2013 -2016. De Raad adviseert uiteindelijk om 67 instellingen in het Cultuurplan 2013-2016 op te nemen. Daar zitten twee nieuwe instellingen bij. Vanwege de forse bezuiniging krijgen vrijwel alle aanvragers een lager bedrag dan zij hebben aangevraagd. toch niet in het Cultuurplan op te nemen. Indien er alsnog extra financiële middelen voor cultuur vrijkomen, zouden deze instellingen als eerste in aanmerking moeten komen. Zeven instellingen krijgen een positief advies van de Raad onder voorwaarde van een tussentijdse evaluatie.

Reacties
Het Cultuurplanadvies roept felle reacties op. Het college van B en W besluit in zijn verdelingsvoorstel ‘Midden in de Stad’ het Cultuurplanadvies daarom op punten te wijzigen. Tijdens een lange behandeling van het Cultuurplan in de gemeenteraad wordt het verdelingsvoorstel via moties ook nog eens op verschillende punten aangepast. Enkele instellingen die ondanks een positief advies buiten het Cultuurplan zouden vallen, worden toch opgenomen: Music Matters, Jazzpodium BIRD, WMDC/Grounds, Epitome en Rotterdam Circusstad. Kosmopolis en De Unie in Debat waren juist wel opgenomen in het verdelingsvoorstel, maar raken financiering uit het Cultuurplan alsnog kwijt. Tijdens de besluitvorming in de gemeenteraad wordt besloten dat er negen instellingen tussentijds worden geëvalueerd. Later wordt er nog een instelling aan toegevoegd.

Bekijk hier het volledige Cultuurplanadvies 2013 – 2016. Daarin staan ook alle adviezen per culturele instelling.

Bekijk hieronder het opnieuw geordende integrale advies, met daarin o.a. de bijgewerkte inleiding, een cijfermatig overzicht en een overzicht per sector:

Tussentijdse evaluatie

Tussentijdse evaluaties
Gevraagd advies; eenmaal in de vier jaar, vóór het einde van het tweede jaar van een Cultuurplanperiode, maakt deel uit van de cyclus van het Cultuurplan.

Wanneer tussentijds evalueren?
Culturele instellingen die in opbouw zijn of in een overgangsfase verkeren, kunnen in aanmerking komen voor een Cultuurplansubsidie, onder voorwaarde van een tussentijdse evaluatie. Dit zijn bijvoorbeeld instellingen die gaan fuseren, nieuw zijn, inhoudelijk of zakelijk een andere koers gaan varen of instellingen waaraan eerder specifieke voorwaarden zijn gesteld voor een gewenste ontwikkeling. De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur kan adviseren een culturele instelling tussentijds te evalueren. Als het college van burgemeesters en wethouders de evaluatie wenselijk acht, moet de instelling meewerken aan deze evaluatie. Het college kan zelf ook instellingen aandragen voor tussentijdse evaluatie in het verdelingsvoorstel.
Verlenging van subsidie
Culturele instellingen met een tussentijdse evaluatie zijn eerst voor de periode van twee jaar opgenomen in het Cultuurplan. In het tweede jaar van het Cultuurplan wordt de instelling opnieuw beoordeeld door een commissie van de Raad. De beoordeling gebeurt op basis van wat de instelling in de eerste periode van anderhalf à twee jaar in het lopende Cultuurplan heeft gedaan en aan de hand van het Cultuurplanadvies, inclusief de beschreven voorwaarden.
Ook voert de directie een gesprek met de beoordelingscommissie. Vervolgens adviseert deze commissie of een verlenging van de subsidie met twee jaar wenselijk is.

Tussentijdse evaluaties Cultuurplan 2013-2016
In het Cultuurplanadvies 2013-2016 heeft de Raad geadviseerd enkele instellingen op te nemen in het Cultuurplan, onder voorwaarde van tussentijdse evaluatie. Ook heeft het college van B en W bepaald enkele instellingen tussentijds te evalueren. Dit zijn voor het Cultuurplan 2013 – 2016 het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, het Havenmuseum/ Maritiem Museum, Luxor Theater Rotterdam, MAMA, Museum Rotterdam/ Oorlogs- en Verzetsmuseum, MAAS, Theater Rotterdam, Witte de With, WORM en Scapino Ballet. Scapino Ballet wordt ook landelijk geëvalueerd door de Raad voor Cultuur.
Deze instellingen zijn tot en met 2014 gegarandeerd van subsidie. Na de tussentijdse evaluatie in het tweede kwartaal van 2014 adviseert de Raad over verlenging van de subsidie tot en met 2016. Het college van B en W neemt de uiteindelijke beslissing over de verlenging.

Documentatie en Informatie

Cultuurplanadvies 2009-2012


Cultuurplanadvies 2009-2012

Werkwijze
Om de aanvragen te beoordelen, stelt de Raad de volgende commissies in:

  • beeldende kunst, bouwkunst en vormgeving
  • dans
  • erfgoed en musea
  • film en nieuwe media
  • intermediairs/ coördinatie/ educatie
  • letteren
  • muziek
  • theater/ muziektheater/ opera

De Raad dient ook zelf een Cultuurplanaanvraag in voor de organisatie van debatten. Een commissie onder verantwoordelijkheid van de dienst Kunst en Cultuur (huidige afdeling Kunst en Cultuur) beoordeelt deze en andere aanvragen voor een debatfunctie. Na het oordeel van de commissies beoordeelt de Raad alle adviezen nog één keer integraal en geeft een advies over het hele Cultuurplan.

Knelpunten
Het budget voor het Cultuurplan 2009-2012 is 2,5 miljoen euro lager dan het budget voor het Cultuurplan 2005-2008. Bovendien blijkt al snel dat het budget ernstig wordt overvraagd. Daar komt nog eens bij dat de Raad de subsidies voor de voormalige gemeentelijke diensten (vier musea, vier podia en het Centrum Beeldende Kunst) en Kosmopolis Rotterdam niet mag aanpassen. Daardoor blijft er van het totale Cultuurplanbudget nog slechts 34,1 miljoen euro over voor alle overige positief beoordeelde aanvragen.

Participatie, cultuur en school en internationalisering
Tijdens het Cultuurplan 2009-2012 zijn er via de programma’s cultuurparticipatie, cultuur en school en internationalisering extra aanvullende middelen beschikbaar voor speciale projecten. De Cultuurplancommissies beoordelen de projectaanvragen voor deze programma’s samen met de reguliere aanvraag van de culturele instelling en.

Uitgangspunten
De Raad hanteert voor het Cultuurplanadvies 2009-2012 de volgende uitgangspunten:

  • Er is ruimte voor nieuwe instellingen en initiatieven;
  • De Raad hanteert geen kaasschaaf, maar de zaaglijn;
  • De Raad adviseert alleen inhoudelijk over de voormalige gemeentelijke diensten;
  • De Raad beoordeelt geen financiële claims voor nieuwe activiteiten van de voormalige gemeentelijke diensten;
  • De Raad adviseert een uitbreiding van het Cultuurplanbudget.

Advies
De Raad adviseert uiteindelijk 86 instellingen op te nemen in het Cultuurplan 2009-2012. Daar zitten dertig nieuwe aanvragers bij, zodat er ruimte blijft voor vernieuwing en verjonging van de sector. De aanvragers met een positief advies – buiten de voormalige takken van dienst – vragen gezamenlijk 39,1 miljoen euro aan. Dat betekent een tekort van 5 miljoen euro. Om de consequenties van een krappe budgettering bij hoge culturele ambities inzichtelijk te maken, introduceert de Raad daarom de zaaglijn.

De zaaglijn
De zaaglijn is een denkbeeldige lijn die het maximaal beschikbare budget markeert ten opzichte van het bedrag dat alle positief beoordeelde instellingen aanvragen. Om toch een ‘sluitend’ Cultuurplan te krijgen, kan de Raad adviseren alle positief beoordeelde instellingen net iets minder toe te kennen dan zij hebben aangevraagd. De Raad hanteert deze ‘kaasschaaf’ echter niet en besluit een aantal culturele instellingen noodgedwongen ‘boven’ de zaaglijn te plaatsen. Dit betekent dat deze instellingen ondanks een positief advies toch geen subsidie zullen ontvangen.

Extra budget
Het Cultuurplanadvies roept felle reacties op, zowel in het culturele veld als bij het college van B en W. Het college en de gemeenteraad geven al snel aan dat zij het advies over de instellingen ‘boven de zaaglijn’ niet willen overnemen. Het college verhoogt daarom het Cultuurplanbudget alsnog naar 91 miljoen euro per jaar. Het college kent uiteindelijk een subsidie toe aan alle instellingen met een positief advies van de Raad.

Tussentijdse evaluaties


Gevraagd advies; eenmaal in de vier jaar, vóór het einde van het tweede jaar van een Cultuurplanperiode, maakt deel uit van de cyclus van het Cultuurplan.

Wanneer tussentijds evalueren?
Culturele instellingen die in opbouw zijn of in een overgangsfase verkeren, kunnen in aanmerking komen voor een Cultuurplansubsidie, onder voorwaarde van een tussentijdse evaluatie. Dit zijn bijvoorbeeld instellingen die gaan fuseren, nieuw zijn, inhoudelijk of zakelijk een andere koers gaan varen of instellingen waaraan eerder specifieke voorwaarden zijn gesteld voor een gewenste ontwikkeling. De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur kan adviseren een culturele instelling tussentijds te evalueren. Als het college van burgemeesters en wethouders de evaluatie wenselijk acht, moet de instelling meewerken aan deze evaluatie. Het college kan zelf ook instellingen aandragen voor tussentijdse evaluatie in het verdelingsvoorstel. Verlenging van subsidie Culturele instellingen met een tussentijdse evaluatie zijn eerst voor de periode van twee jaar opgenomen in het Cultuurplan. In het tweede jaar van het Cultuurplan wordt de instelling opnieuw beoordeeld door een commissie van de Raad. De beoordeling gebeurt op basis van wat de instelling in de eerste periode van anderhalf à twee jaar in het lopende Cultuurplan heeft gedaan en aan de hand van het Cultuurplanadvies, inclusief de beschreven voorwaarden. Ook voert de directie een gesprek met de beoordelingscommissie. Vervolgens adviseert deze commissie of een verlenging van de subsidie met twee jaar wenselijk is.

Tussentijdse evaluaties Cultuurplan 2013-2016
In het Cultuurplanadvies 2013-2016 heeft de Raad geadviseerd enkele instellingen op te nemen in het Cultuurplan, onder voorwaarde van tussentijdse evaluatie. Ook heeft het college van B en W bepaald enkele instellingen tussentijds te evalueren. Dit zijn voor het Cultuurplan 2013 – 2016 het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, het Havenmuseum/ Maritiem Museum, Luxor Theater Rotterdam, MAMA, Museum Rotterdam/ Oorlogs- en Verzetsmuseum, MAAS, Theater Rotterdam, Witte de With, WORM en Scapino Ballet. Scapino Ballet wordt ook landelijk geëvalueerd door de Raad voor Cultuur. Deze instellingen zijn tot en met 2014 gegarandeerd van subsidie. Na de tussentijdse evaluatie in het tweede kwartaal van 2014 adviseert de Raad over verlenging van de subsidie tot en met 2016. Het college van B en W neemt de uiteindelijke beslissing over de verlenging.

Bekijk hier het rapport over de Tussentijdse Evaluaties 2014.

Sectoranalyse


Gevraagd advies, publicatie, eenmaal per vier jaar; in de cyclus van het Cultuurplan.

Eens in de vier jaar publiceert de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur een sectoranalyse: een inventarisatie en analyse van de Rotterdamse culturele sector op dat moment. De sectoranalyse is onderdeel van de Cultuurplanprocedure en verscheen eerder in 2007 en 2011 onder de titel Culturele Staalkaart Rotterdam.

Wat is de sectoranalyse?
De sectoranalyse is een peilmoment in de ontwikkeling van de Rotterdamse culturele sector. De Raad beschrijft ontwikkelingen en trends bij instellingen, signaleert leemtes in het culturele aanbod en analyseert kansen, sterktes en zwaktes van de sector. De Raad kan bovendien besluiten extra aandacht te besteden aan thema’s die hij belangrijk acht voor de verdere ontwikkeling van de sector. De sectoranalyse is niet alleen beschrijvend, de Raad doet ook nadrukkelijk aanbevelingen om de sector sterker te maken.

Werkwijze
De Raad voert voor de sectoranalyse gesprekken met Rotterdamse culturele instellingen die wel en niet subsidie ontvangen uit het lopende Cultuurplan. In rondetafelbijeenkomsten raadpleegt de Raad bovendien vertegenwoordigers uit verschillende kunstdisciplines. Verder inventariseert de Raad initiatieven en ontwikkelingen in andere steden en het cultuurbeleid van de fondsen, het Rijk, de provincies en andere steden.

Peilmoment en handreiking voor cultuurbeleid
Voorafgaand aan elke Cultuurplanprocedure stelt het college van burgemeester en wethouders een Uitgangspuntenbrief op met daarin de beleidsprioriteiten voor het nieuwe Cultuurplan. De Raad publiceert zijn sectoranalyse nog vóór deze Uitgangspuntenbrief en hoopt zo niet alleen correcte, actuele en volledige kennis over de sector aan te leveren, maar het college ook handreikingen voor beleidsprioriteiten te doen. De sectoranalyse geeft culturele instellingen bovendien vast een eerste indruk van het beoordelingskader dat de Raad waarschijnlijk zal toepassen in zijn eerstvolgende Cultuurplanadvies.

Sectoranalyse 2015


Laat kunstinstellingen zelf bepalen waarin ze onderscheidend zijn en zich verhouden tot de stad én de (inter)nationale markt. Geef niet alleen vierjarige subsidies, maar ook financiering voor één, twee of meer dan vier jaar. Verleid tot samenwerking maar maak het niet tot een beoordelingscriterium voor subsidies. Het Cultuurplan remt in de huidige vorm vernieuwing en moet op de lange termijn op de schop. Deze en een flink aantal conclusies over disciplines zoals beeldende kunst, muziek en musea staan in de vandaag verschenen Sectoranalyse 2015 van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur. Melanie Post van Ophem, voorzitter van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC), overhandigde op dinsdag 17 februari 2015 in de Rotterdamse Schouwburg het eerste exemplaar van de Sectoranalyse 2015 aan wethouder Financiën, Binnenstad, Cultuur en Sport Adriaan Visser. De Raad inventariseert elke vier jaar hoe het er voor staat met de Rotterdamse kunst- en cultuursector. De Raad voerde voor het rapport maar liefst 21 gesprekken met 340 deelnemers, waaronder kunstenaars, jonge culturele ondernemers en grote Cultuurplaninstellingen. Met de Sectoranalyse wil de Raad actuele informatie over de sector aanleveren, als voedingsbodem voor de Uitgangspuntennota. Daarbij doet de RRKC aanbevelingen zowel aan de sector als de gemeente.

Ruimte voor bewezen kwaliteit én nieuwkomers
Of het nu in de beeldende kunst, letteren, film of muziek is, er gebeurt in Rotterdam van alles. De Rotterdamse cultuursector dankt zijn levendigheid aan een sterke combinatie van bewezen kwaliteit, een gezonde dosis eigenzinnigheid en tal van nieuwe initiatieven. Wat opvalt is dat veel nieuwe en relatief kleine culturele initiatieven zorgen voor vernieuwing en levendigheid. Rotterdam zou deze ‘kleintjes’ moeten koesteren, naast de grote instellingen die voor de continuïteit en topkwaliteit van het culturele aanbod zorgen. Het huidige Cultuurplan biedt echter – zeker met een gelijkblijvend budget –nauwelijks ruimte voor nieuwkomers. Neem daarbij dat veel organisatoren al geholpen zijn met een subsidie van een of twee jaar en een nieuwe financieringssystematiek lijkt onontkoombaar.

Ruimte voor eigen keuzes en criteria
Voor het zover is, adviseert de Raad dat het Cultuurplan 2017-2020 culturele instellingen in ieder geval zoveel mogelijk de ruimte geeft om zelf te vertellen waarin zij zich onderscheiden en hoe ze zich verhouden tot de stad. Niet elke instelling hoeft bijvoorbeeld aan cultuureducatie of talentontwikkeling te doen. De Raad adviseert daarom om in de nieuwe Uitgangspuntennota zo min mogelijk ‘instrumentele’ beoordelingscriteria zoals ‘metropoolvorming’ of ‘cultureel ondernemerschap’ op te nemen. Dit werkt eerder geforceerde subsidieaanvragen en ‘zesjescultuur’, dan innovatie, diversiteit of samenwerking in de hand.

Grotere vraagstukken: van stenen tot cultuureducatie
Ook kaart de Raad enkele vraagstukken aan die in alle steden lijken te spelen, en van grote invloed zijn op de Rotterdamse cultuursector. Zo gaat 15% van het Cultuurplanbudget nog altijd naar ‘stenen’ en wordt cultuureducatie vooral vanuit de gemeentelijke dienst Cultuur en niet vanuit Onderwijs omarmd. Ondanks dat dit geen vraagstukken ‘voor-over-een-nacht-ijs’ zijn, zijn zij van grote invloed op de artistieke en bedrijfsmatige ontwikkeling van de sector. De sector zou dus bijzonder gebaat zijn bij het aanpakken van deze vraagstukken. De Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur doet in de sectoranalyse enkele aanbevelingen aan de culturele sector en aan de gemeente. Bovendien leest u in het rapport hoe het er in de disciplines Beeldende Kunst en fotografie; Architectuur, design en e-cultuur, Dans en theater, Film, Gemeentelijke collecties, Erfgoed en musea, Letteren en Muziek en Muziektheater aan toe gaat.

ERRATA:
In de gedrukte versie van de Sectoranalyse 2015 staat per abuis op pagina 68 en 69 wordt abusievelijk de term cultuurcoaches gebruikt. Dit had moeten zijn cultuurscouts. In de digitale versie is dit gecorrigeerd.

Sectoranalyse 2011


Eens per vier jaar publiceert de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur een sectoranalyse : een inventarisatie en analyse van de Rotterdamse culturele sector op dat moment. In 2011 publiceert de Raad de sectoranalyse onder de titel Culturele staalkaart Rotterdam 2011. 

Dreigende bezuinigingen
De Raad is in de sectoranalyse van 2011 positief over de kwaliteit en breedte van de Rotterdamse cultuursector. Het aanbod is divers, de sector heeft elan en vertoont dynamiek, durf en maatschappelijke betrokkenheid. Er zijn goede ontwikkelingen op het gebied van cultuureducatie, samenwerking, ondernemerschap en engagement. Maar de Raad constateert ook dat de economische crisis de sector langzaam in zijn greep krijgt. Op sommige culturele instellingen hebben de aangekondigde bezuinigingen nu al een verlammende werking.

Cultuureducatie
De sectoranalyse besteedt in 2011 extra aandacht aan cultuureducatie. De Raad inventariseert cultuureducatie in binnen- en buitenschools verband, vrijetijdskunstbeoefening en talentontwikkeling en pleit voor het creëren van doorlopende leerlijnen. Voor een optimaal bereik en afstemming van vraag en aanbod dienen organisaties in de cultuureducatie meer samen te werken.

DNA van Rotterdam
De sectoranalyse bevat niet alleen een inventarisatie van de culturele sector op dat moment, maar ook een eerste beoordelingskader voor het nieuwe cultuurplan 2013-2016. De Raad benoemt vier criteria voor de beoordeling van het Cultuurplan 2013-2016: artistieke kwaliteit, dna van Rotterdam, ondernemerschap en de politieke prioriteiten cultuureducatie/talentontwikkeling en de metropoolregio Rotterdam-Den Haag.

Ongevraagd advies, publicatie, eenmaal per vier jaar, behoort tot de cyclus van het Cultuurplan

Sectoranalyse 2007


Eens per vier jaar publiceert de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur een sectoranalyse: een inventarisatie en analyse van de Rotterdamse culturele sector op dat moment. In 2007 publiceert de Raad zijn sectoranalyse onder de titel Culturele staalkaart Rotterdam 2007.

Cultuurparticipatie
De Raad besteedt in de sectoranalyse in 2007 veel aandacht aan cultuurparticipatie; een beleidsprioriteit van zowel het Rijk als de gemeente Rotterdam. De Raad beschrijft de waarde van amateurkunst en cultuureducatie en ook diversiteit, internationale oriëntatie en cultureel ondernemerschap komen ruimschoots aan bod. Ook bespreekt de Raad het advies Innoveren, participeren! (maart 2007) van de landelijke Raad voor Cultuur en past het advies toe op de Rotterdamse cultuursector.

Culturele functies
De Raad inventariseert in deze sectoranalyse voor het eerst niet alleen de culturele instellingen, maar ook de culturele functies in de sector. Per deelsector kijkt de Raad welke instellingen produceren, presenteren, onderzoek doen, opleiden of voorzien in het aanbod voor specifieke publieksgroepen. In de daaropvolgende Uitgangspuntenbrief neemt het college van burgemeester en wethouders het gebruik van ‘functies’ over. Culturele instellingen kunnen in hun Cultuurplanaanvraag voortaan intekenen op deze functies.

Ongevraagd advies, publicatie, eenmaal per vier jaar, behoort tot de cyclus van het Cultuurplan